16-04-07

Wijze les: Van Botsauto's krijg je Blauwe plekken

 

Gisteren was de laatste dag vakantie, hoewel je ik vind dat je van vakantie niet echt kon spreken in mijn geval. Goed, wel als vakantie technisch gezien betekent dat je niet naar school moet, want dat moest ik dus niet. Maar de broodnodige dosis luieren was er toch niet echt bij. Niet dat dat een groot probleem is. Anders was ik me misschien wel gaan vervelen, en wie wil dat nu tijdens zijn vakantie. Neen, die laatste dag, die moest nog goed gevierd worden. Niet door naar Brussel te trekken want daar raakte ik niet door de vreemde uurregelingen van bussen en treinen vanuit mijn onooglijke dorpje. Niet door te gaan zwemmen want iedereen viel één voor één af en alleen de twee met de slechtste conditie bleven over dus dat zou ook geen stunt geweest zijn. En aangezien het in het dorpje hier kermis is, besloten we lekker old fashioned te doen, en daarheen te gaan.

Vroeger, in de tijd dat mijn grootouders nog klein waren, was de kermis een heel evenement. En toen mijn ouders jong waren ook nog. Nu is de charme er wat af, maar als je je ogen dichtdoet en alle postmoderne geluiden en flirtende tienjarigen even wegdenkt, misschien wil ze dan nog wel even terugkomen. De tijd waarin jongens en meisjes elk aan een kant van de botsauto's stonden, en giechelend samen in een wagentje stapten. Waar ze hun eerste liefde vonden en ergens achter een woonwagen een eerste kus deelden. De tijd waarin snoep en smoutebollen nog geen stukken van mensen kostten en iedereen zich ziek at. Ook de tijd waarin de papa's 's avonds dronken thuis kwamen omdat ze al de cafés hadden afgedaan, maar goed ja... die papa's verdienen dat ook wel eens, één keertje op een jaar. Die tijd is weg, en het heeft weinig zin er nostalgisch om te doen omdat ik hem zelf niet heb meegemaakt. Toch hadden wij gisteren een gezellige middag op de kermis.

Wij waren twee jongens en vijf meisjes. De jongens netjes gekleed, de meisjes bijna allemaal in rokje. Behalve Leentje-van-opt-hoekje, en Sneeuwwitje die om één of andere bizarre reden vond dat ze in een hittegolf van minstens dertig graden volledig in het zwart gekleed moest gaan. Mijn ideeën zijn nooit berekend op het weer. Eén van de jongens had een enorme zak vol jetonnekes voor de botsauto's, die hij gul met ons deelde. Zolang we zijn Duvel maar betaalden, maar dat hadden we er wel voor over. Ik weet niet hoe het komt, maar botsauto's op de kermis hebben nog altijd iets magisch. Zelfs al zijn ze nu niet meer bevolkt met de knapste jongens van het dorp, maar eerder met die met de grootste air en bakkes. We maakten een paar ritjes, waaraan ik alvast één whiplash overhield omdat blijkbaar een frontale botsing veroorzaken en tegelijk langs achter en opzij aangevallen worden nogal heftig gaat. Daarna wilden we in de Rusp. Rupsp. Rups dus. Eentje zonder kap, maar dat vonden we niet zo erg want we zaten toch allemaal alleen. Op de Pretty Nurse (uit het liedje van de Beatles, ja) na dan, want die besloot op de jongste van de bende te passen. Zo kwam het dus dat zij een hele rit met een gillende hond (de jongen heet Samson...) in een karretje heeft gezeten. Hij bezorgde ons allemaal de slappe lach, wat ik niet zo heel erg vond aangezien dat hielp om te vergeten dat ik stilaan misselijk aan het worden was.

Toen we terug met twee voeten op de grond stonden, hadden we dorst en besloten we iets te gaan drinken. Er kwam een zesde meisje bij, dat eentje dat haar haren gekleurd heeft en nu een beetje op Lola Rennt lijkt. Maar na vijf minuten gelukkig nog steeds Koningin Isabella met de grappige uitspraken bleek te zijn. Samen met haar keerden we na ons drankje terug naar de botsauto's om er de rest van onze middag door te brengen. Er is nu eenmaal niet veel anders op de kermis in ons dorpje, waar volwassen mensen en/of mensen die groter zijn dan een meter zestig in passen. Het was daar dan ook dat ik de eerste wijze levensles van dit jaar leerde. Het ritje met Koningin Isabella was niet zo hevig, omdat ik de botsingen een beetje uit de weg probeerde te gaan aangezien mijn passagierster maar net uit haar bed was van een hele nacht ziek te zijn en dus nog een beetje bleekjes zag. Helaas zijn sommige botsingen niet te vermijden, waardoor ik een paar keer de elleboog van de Koningin in mijn ribben kreeg. Bij de volgende ritjes bleven mijn ribben en nekwervels ook niet gespaard, want toen gingen Calimero en ik er weer hevig botsend tegenaan. Op het moment zelf is het half uit de botsauto schieten en heen en weer geslingerd worden erg plezant. Het zal de roes van de felgekleurde jetonnekes zijn, die in je hand liggen te zweten en waarvan je telkens trots denkt hoeveel je er nog hebt en hoeveel rondjes plezier die nog gaan brengen. Het is pas nu, de volgende dag, dat het plezier zich begint te vertalen. In een stijve nek en massa's blauwe plekken. En vooral een blauwe rechterzijde, met gevoelige afdruk van Koningin Isabella's elleboog. En toch willen we er volgende keer vast weer in. Ondanks het feit dat je van botsauto's blauwe plekken krijgt.

 

21:22 Gepost door Sneeuwwitje | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Ewel Sneeuwitje,

Je kan er wat van: avonturen beleven, brieven schrijven en ja zelfs "fotokodakken". En dat allemaal in het grote sprookjesbos. Vreemd dat ik, Baloe, je daar nog niet ben tegengekomen ...

Gepost door: Baloe | 19-04-07

De commentaren zijn gesloten.