27-04-07

Waarom mijn sprookjesbos middenin Gent zou moeten liggen

 

Ik heb er twee jaar gewoond. Op kot, maar zoals alle andere studenten was ik binnen een paar weken al zo verknocht aan de stad dat ik dat kot meer thuis noemde dan daar waar ik mijn weekends doorbracht. Nu woon ik gewoon weer thuis en rijd ik elke dag op en neer naar die andere Vlaamse grootstad, waar ik mij na twee jaar intussen nog steeds niet thuis voel en waar ik nog altijd met heel veel plezier elke avond weer weg rijd. Mijn weekends, die breng ik nu liefst van al en zoveel ik kan in Gent door. Dat is ontstellend weinig. Maar gisteren begon mijn lang weekend alvast op donderdagavond. En zo kon ik dus naar Gent.

Van zodra de trein Gent binnenrijdt, de hele rit verder tussen Dampoort en Sint-Pieters, maakt mijn hart een sprongetje, kleeft het tegen de binnenkant van mijn huid net zoals ik met mijn neus tegen de binnenkant van het raam zit gedrukt. Het wil eruit, ik wil eruit, mijn hart en ik, wij willen in Gent zijn. Alles aanraken, bekijken, voortdurend vastleggen. Gisteren zag ik een werf die er zo mooi uitzag dat ik de steenhopen had willen beklimmen, ik zag een meisje aan de eindhalte van de tram die naar de verste uithoek rijdt, ik zag spelende kinderen in alle verschillende tintjes en kleuren van de wereld, en ik zag een groepje oude mensen in tuinzeteltjes zitten, met de halfopen garagepoort van een groot geschilderd appartementsgebouw als afdakje tegen de zon. Die dingen, dat zijn de kleine kiezeltjes Gent waar ik van hou, en die me mijn weg steeds weer terug doen vinden.

Ik ben extreem goed in verdwalen, zelfs al moet ik zo goed als dezelfde weg lopen als ik naar het Sprokenmeisje loop, als toen ik nog naar mijn eigen kot moest lopen. Die kleine kiezeltjes helpen dus wel om mijn weg te vinden, want dan wil ik kijken naar de etalage van die mooie boekhandel aan het station, en naar de speelgoeddieren van de winkel met Verantwoord Speelgoed. Ik wil testen of ik nog steeds defensief kan oversteken, en hardop in de lach schieten als een herinnering uit een ver vervlogen verleden langs komt huppelen op een bepaald plekje op de van Egmontstraat. Ik probeer elke keer weer in één keer de Charles de Kerckhovelaan over te steken, maar het lukt me nooit. Ik moet steeds opnieuw terugdenken aan de mensen in de fontein toen ik ooit lang geleden op de Love Parade in Gent verzeild was geraakt. En ik moet sowieso door de Kunstlaan, want mijn oude kot, dat is nog altijd een beetje van mij. Soms doen die kiezeltjes mij echter wel eens van de weg afwijken. Zoals de keer dat ik met alle geweld de boom op het Story-plein nog eens wilde zien, en de plek waar Grote Els en ik alle rode fietsen hebben moeten proberen voor we die van een vriendin vonden die we mochten lenen. En toen vergat ik welke afslag ik moest nemen, en kwam ik uit aan het oude kot van Engeltje, waar ook nog steeds herinneringen hangen, en kwam ik te laat op mijn afspraak omdat ik te ver was afgeweken. Dit keer lukte het om mij aan mijn gewone kiezeltjesroute te houden. En zo kwam ik in de Benardstraat aan, voorbij de zebra- en de rode deur, en aan de lichtblauwe deur was ik op mijn bestemming. Bij het Sprokenmeisje.

Het is altijd weer een verrassing wat er te gebeuren staat, daar op de vierde verdieping. Engeltje woont zowat bij het Sprokenmeisje, en het is om te beginnen maar de vraag hoe lang het duurt voor zij er ook staat. Negen van de tien keer met een extra vriendje om te ontmoeten. En dat was gisteren dus ook het geval. Het Sprokenmeisje had zin in een pint, en dus trokken we naar de Korenmarkt. Via de straat waar ik ooit voor het eerst op mijn blote voeten liep met als resultaat drie beukennootjesbolsters in mijn voetzolen, en via de straat die ik ooit elke maandag afliep om op café te gaan. We vonden een terrastafeltje, dronken onze pintjes (en eentje haar koffie). En toen gingen we weer naar huis. Uno spelen, tot midden in de nacht. Kaarttrucs uitproberen en gefrustreerd zijn omdat ze maar niet lukken. Een jongentje dat in de zetel in slaap valt, drie meisjes die uiteindelijk besluiten te gaan slapen maar nog een niet onaardig tijdje liggen te kletsen in het donker. Tot de nacht hen dan uiteindelijk besluit mee te nemen, en het waken overlaat aan de muggen die gek genoeg alleen Engeltje lekker genoeg vonden.

En dan word je wakker omdat het zonlicht fel en warm door de veluxramen schijnt. Een Sprokenmeisje wiens favoriete ogenblik van de dag écht niet het opstaan is, en een Engeltje dat de moeite neemt om vroeg genoeg op te staan zodat ze vers fruit kan snijden om door de kwark te gooien. Of door de platte kaas. Volgens de ene was er een verschil, volgens de andere niet, en ik ben vergeten welk van de twee het nu was. Het was in elk geval wel lekkere, waardoor Engeltjes Ontbijtmenukaart nu kan aangevuld worden. Na de beste-spek-met-eieren-waarvoor-een-heel-speelplein-keisnel-uit-zijn-bed-geraakt, nu ook superverse-verfrissende-kwark-of-platte-kaas-met-fruit. Het duurde nog een halve eeuwigheid van zeker een uur voordat we alledrie echt helemaal klaar waren om buiten te gaan. Gaan squashen. Engeltje en het Sprokenmeisje fanatiek tegen elkaar, ik veilig buiten bereik van het gemene balletje aan de buitenkant van het glazen huisje. Het was leuk om te zien. Ik had sommige moves en gezichtsuitdrukkingen best graag op foto vastgelegd, maar mijn camera kennende was dat vast op een teleurstelling uitgedraaid zo door dat glas heen. En dus deed ik het maar niet, en heb ik nu weer een hoop grappige herinneringen bij.

Toen was het tijd voor middageten, en gingen we broodjes halen om in het Zuidpark op te eten. En broodjes, dat is nog zoiets waarin Gent een miljard keer beter is dan de rest van de wereld. Vooral op vlak van de broodjes Martino dan. Alléén in Gent en nergens anders gooien ze ansjovis op een Martino. Ik krijg het maar niet uitgelegd aan anderen, dat Martino's met ansjovis gewoon zoveel beter zijn dan de smossen preparé-met-hoogheidswaanzin in de rest van Vlaanderen. En toch is het zo, en kon ik dus van drie dingen genieten vanmiddag: de zon, spelende mensen en kinderen, en mijn broodje.

Na die middagpauze toonde het Sprokenmeisje zich een meester in het verzinnen van alle mogelijke excuses om niet naar school te hoeven, en dus namen we haar toch nog even mee naar de Match om deeg en appels voor mij, en naar de H&M en de Veritas in de hoop er een riem te vinden voor Engeltje. Het eerste lukte, het tweede niet. En toen gingen Engeltje en ik op de bus, en het Sprokenmeisje toch braaf naar school. Maar Gent zag mij op dat moment niet graag vertrekken, want ze zorgde voor een monsterfile zodat de bus ons net te laat af kon droppen om de trein nog te halen. Er zat dus niets anders op dan een half uurtje langer blijven. Eerlijk? Vond ik niet zo erg. Want heel misschien... houdt Gent wel net zo veel van mij als ik van haar?

 

18:19 Gepost door Sneeuwwitje | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.