27-04-07

Waarom mijn sprookjesbos middenin Gent zou moeten liggen

 

Ik heb er twee jaar gewoond. Op kot, maar zoals alle andere studenten was ik binnen een paar weken al zo verknocht aan de stad dat ik dat kot meer thuis noemde dan daar waar ik mijn weekends doorbracht. Nu woon ik gewoon weer thuis en rijd ik elke dag op en neer naar die andere Vlaamse grootstad, waar ik mij na twee jaar intussen nog steeds niet thuis voel en waar ik nog altijd met heel veel plezier elke avond weer weg rijd. Mijn weekends, die breng ik nu liefst van al en zoveel ik kan in Gent door. Dat is ontstellend weinig. Maar gisteren begon mijn lang weekend alvast op donderdagavond. En zo kon ik dus naar Gent.

Van zodra de trein Gent binnenrijdt, de hele rit verder tussen Dampoort en Sint-Pieters, maakt mijn hart een sprongetje, kleeft het tegen de binnenkant van mijn huid net zoals ik met mijn neus tegen de binnenkant van het raam zit gedrukt. Het wil eruit, ik wil eruit, mijn hart en ik, wij willen in Gent zijn. Alles aanraken, bekijken, voortdurend vastleggen. Gisteren zag ik een werf die er zo mooi uitzag dat ik de steenhopen had willen beklimmen, ik zag een meisje aan de eindhalte van de tram die naar de verste uithoek rijdt, ik zag spelende kinderen in alle verschillende tintjes en kleuren van de wereld, en ik zag een groepje oude mensen in tuinzeteltjes zitten, met de halfopen garagepoort van een groot geschilderd appartementsgebouw als afdakje tegen de zon. Die dingen, dat zijn de kleine kiezeltjes Gent waar ik van hou, en die me mijn weg steeds weer terug doen vinden.

Ik ben extreem goed in verdwalen, zelfs al moet ik zo goed als dezelfde weg lopen als ik naar het Sprokenmeisje loop, als toen ik nog naar mijn eigen kot moest lopen. Die kleine kiezeltjes helpen dus wel om mijn weg te vinden, want dan wil ik kijken naar de etalage van die mooie boekhandel aan het station, en naar de speelgoeddieren van de winkel met Verantwoord Speelgoed. Ik wil testen of ik nog steeds defensief kan oversteken, en hardop in de lach schieten als een herinnering uit een ver vervlogen verleden langs komt huppelen op een bepaald plekje op de van Egmontstraat. Ik probeer elke keer weer in één keer de Charles de Kerckhovelaan over te steken, maar het lukt me nooit. Ik moet steeds opnieuw terugdenken aan de mensen in de fontein toen ik ooit lang geleden op de Love Parade in Gent verzeild was geraakt. En ik moet sowieso door de Kunstlaan, want mijn oude kot, dat is nog altijd een beetje van mij. Soms doen die kiezeltjes mij echter wel eens van de weg afwijken. Zoals de keer dat ik met alle geweld de boom op het Story-plein nog eens wilde zien, en de plek waar Grote Els en ik alle rode fietsen hebben moeten proberen voor we die van een vriendin vonden die we mochten lenen. En toen vergat ik welke afslag ik moest nemen, en kwam ik uit aan het oude kot van Engeltje, waar ook nog steeds herinneringen hangen, en kwam ik te laat op mijn afspraak omdat ik te ver was afgeweken. Dit keer lukte het om mij aan mijn gewone kiezeltjesroute te houden. En zo kwam ik in de Benardstraat aan, voorbij de zebra- en de rode deur, en aan de lichtblauwe deur was ik op mijn bestemming. Bij het Sprokenmeisje.

Het is altijd weer een verrassing wat er te gebeuren staat, daar op de vierde verdieping. Engeltje woont zowat bij het Sprokenmeisje, en het is om te beginnen maar de vraag hoe lang het duurt voor zij er ook staat. Negen van de tien keer met een extra vriendje om te ontmoeten. En dat was gisteren dus ook het geval. Het Sprokenmeisje had zin in een pint, en dus trokken we naar de Korenmarkt. Via de straat waar ik ooit voor het eerst op mijn blote voeten liep met als resultaat drie beukennootjesbolsters in mijn voetzolen, en via de straat die ik ooit elke maandag afliep om op café te gaan. We vonden een terrastafeltje, dronken onze pintjes (en eentje haar koffie). En toen gingen we weer naar huis. Uno spelen, tot midden in de nacht. Kaarttrucs uitproberen en gefrustreerd zijn omdat ze maar niet lukken. Een jongentje dat in de zetel in slaap valt, drie meisjes die uiteindelijk besluiten te gaan slapen maar nog een niet onaardig tijdje liggen te kletsen in het donker. Tot de nacht hen dan uiteindelijk besluit mee te nemen, en het waken overlaat aan de muggen die gek genoeg alleen Engeltje lekker genoeg vonden.

En dan word je wakker omdat het zonlicht fel en warm door de veluxramen schijnt. Een Sprokenmeisje wiens favoriete ogenblik van de dag écht niet het opstaan is, en een Engeltje dat de moeite neemt om vroeg genoeg op te staan zodat ze vers fruit kan snijden om door de kwark te gooien. Of door de platte kaas. Volgens de ene was er een verschil, volgens de andere niet, en ik ben vergeten welk van de twee het nu was. Het was in elk geval wel lekkere, waardoor Engeltjes Ontbijtmenukaart nu kan aangevuld worden. Na de beste-spek-met-eieren-waarvoor-een-heel-speelplein-keisnel-uit-zijn-bed-geraakt, nu ook superverse-verfrissende-kwark-of-platte-kaas-met-fruit. Het duurde nog een halve eeuwigheid van zeker een uur voordat we alledrie echt helemaal klaar waren om buiten te gaan. Gaan squashen. Engeltje en het Sprokenmeisje fanatiek tegen elkaar, ik veilig buiten bereik van het gemene balletje aan de buitenkant van het glazen huisje. Het was leuk om te zien. Ik had sommige moves en gezichtsuitdrukkingen best graag op foto vastgelegd, maar mijn camera kennende was dat vast op een teleurstelling uitgedraaid zo door dat glas heen. En dus deed ik het maar niet, en heb ik nu weer een hoop grappige herinneringen bij.

Toen was het tijd voor middageten, en gingen we broodjes halen om in het Zuidpark op te eten. En broodjes, dat is nog zoiets waarin Gent een miljard keer beter is dan de rest van de wereld. Vooral op vlak van de broodjes Martino dan. Alléén in Gent en nergens anders gooien ze ansjovis op een Martino. Ik krijg het maar niet uitgelegd aan anderen, dat Martino's met ansjovis gewoon zoveel beter zijn dan de smossen preparé-met-hoogheidswaanzin in de rest van Vlaanderen. En toch is het zo, en kon ik dus van drie dingen genieten vanmiddag: de zon, spelende mensen en kinderen, en mijn broodje.

Na die middagpauze toonde het Sprokenmeisje zich een meester in het verzinnen van alle mogelijke excuses om niet naar school te hoeven, en dus namen we haar toch nog even mee naar de Match om deeg en appels voor mij, en naar de H&M en de Veritas in de hoop er een riem te vinden voor Engeltje. Het eerste lukte, het tweede niet. En toen gingen Engeltje en ik op de bus, en het Sprokenmeisje toch braaf naar school. Maar Gent zag mij op dat moment niet graag vertrekken, want ze zorgde voor een monsterfile zodat de bus ons net te laat af kon droppen om de trein nog te halen. Er zat dus niets anders op dan een half uurtje langer blijven. Eerlijk? Vond ik niet zo erg. Want heel misschien... houdt Gent wel net zo veel van mij als ik van haar?

 

18:19 Gepost door Sneeuwwitje | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-04-07

Wijze les: Van Botsauto's krijg je Blauwe plekken

 

Gisteren was de laatste dag vakantie, hoewel je ik vind dat je van vakantie niet echt kon spreken in mijn geval. Goed, wel als vakantie technisch gezien betekent dat je niet naar school moet, want dat moest ik dus niet. Maar de broodnodige dosis luieren was er toch niet echt bij. Niet dat dat een groot probleem is. Anders was ik me misschien wel gaan vervelen, en wie wil dat nu tijdens zijn vakantie. Neen, die laatste dag, die moest nog goed gevierd worden. Niet door naar Brussel te trekken want daar raakte ik niet door de vreemde uurregelingen van bussen en treinen vanuit mijn onooglijke dorpje. Niet door te gaan zwemmen want iedereen viel één voor één af en alleen de twee met de slechtste conditie bleven over dus dat zou ook geen stunt geweest zijn. En aangezien het in het dorpje hier kermis is, besloten we lekker old fashioned te doen, en daarheen te gaan.

Vroeger, in de tijd dat mijn grootouders nog klein waren, was de kermis een heel evenement. En toen mijn ouders jong waren ook nog. Nu is de charme er wat af, maar als je je ogen dichtdoet en alle postmoderne geluiden en flirtende tienjarigen even wegdenkt, misschien wil ze dan nog wel even terugkomen. De tijd waarin jongens en meisjes elk aan een kant van de botsauto's stonden, en giechelend samen in een wagentje stapten. Waar ze hun eerste liefde vonden en ergens achter een woonwagen een eerste kus deelden. De tijd waarin snoep en smoutebollen nog geen stukken van mensen kostten en iedereen zich ziek at. Ook de tijd waarin de papa's 's avonds dronken thuis kwamen omdat ze al de cafés hadden afgedaan, maar goed ja... die papa's verdienen dat ook wel eens, één keertje op een jaar. Die tijd is weg, en het heeft weinig zin er nostalgisch om te doen omdat ik hem zelf niet heb meegemaakt. Toch hadden wij gisteren een gezellige middag op de kermis.

Wij waren twee jongens en vijf meisjes. De jongens netjes gekleed, de meisjes bijna allemaal in rokje. Behalve Leentje-van-opt-hoekje, en Sneeuwwitje die om één of andere bizarre reden vond dat ze in een hittegolf van minstens dertig graden volledig in het zwart gekleed moest gaan. Mijn ideeën zijn nooit berekend op het weer. Eén van de jongens had een enorme zak vol jetonnekes voor de botsauto's, die hij gul met ons deelde. Zolang we zijn Duvel maar betaalden, maar dat hadden we er wel voor over. Ik weet niet hoe het komt, maar botsauto's op de kermis hebben nog altijd iets magisch. Zelfs al zijn ze nu niet meer bevolkt met de knapste jongens van het dorp, maar eerder met die met de grootste air en bakkes. We maakten een paar ritjes, waaraan ik alvast één whiplash overhield omdat blijkbaar een frontale botsing veroorzaken en tegelijk langs achter en opzij aangevallen worden nogal heftig gaat. Daarna wilden we in de Rusp. Rupsp. Rups dus. Eentje zonder kap, maar dat vonden we niet zo erg want we zaten toch allemaal alleen. Op de Pretty Nurse (uit het liedje van de Beatles, ja) na dan, want die besloot op de jongste van de bende te passen. Zo kwam het dus dat zij een hele rit met een gillende hond (de jongen heet Samson...) in een karretje heeft gezeten. Hij bezorgde ons allemaal de slappe lach, wat ik niet zo heel erg vond aangezien dat hielp om te vergeten dat ik stilaan misselijk aan het worden was.

Toen we terug met twee voeten op de grond stonden, hadden we dorst en besloten we iets te gaan drinken. Er kwam een zesde meisje bij, dat eentje dat haar haren gekleurd heeft en nu een beetje op Lola Rennt lijkt. Maar na vijf minuten gelukkig nog steeds Koningin Isabella met de grappige uitspraken bleek te zijn. Samen met haar keerden we na ons drankje terug naar de botsauto's om er de rest van onze middag door te brengen. Er is nu eenmaal niet veel anders op de kermis in ons dorpje, waar volwassen mensen en/of mensen die groter zijn dan een meter zestig in passen. Het was daar dan ook dat ik de eerste wijze levensles van dit jaar leerde. Het ritje met Koningin Isabella was niet zo hevig, omdat ik de botsingen een beetje uit de weg probeerde te gaan aangezien mijn passagierster maar net uit haar bed was van een hele nacht ziek te zijn en dus nog een beetje bleekjes zag. Helaas zijn sommige botsingen niet te vermijden, waardoor ik een paar keer de elleboog van de Koningin in mijn ribben kreeg. Bij de volgende ritjes bleven mijn ribben en nekwervels ook niet gespaard, want toen gingen Calimero en ik er weer hevig botsend tegenaan. Op het moment zelf is het half uit de botsauto schieten en heen en weer geslingerd worden erg plezant. Het zal de roes van de felgekleurde jetonnekes zijn, die in je hand liggen te zweten en waarvan je telkens trots denkt hoeveel je er nog hebt en hoeveel rondjes plezier die nog gaan brengen. Het is pas nu, de volgende dag, dat het plezier zich begint te vertalen. In een stijve nek en massa's blauwe plekken. En vooral een blauwe rechterzijde, met gevoelige afdruk van Koningin Isabella's elleboog. En toch willen we er volgende keer vast weer in. Ondanks het feit dat je van botsauto's blauwe plekken krijgt.

 

21:22 Gepost door Sneeuwwitje | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

13-04-07

Het avontuur met de perskaart: deel 2

 

Gisteren besloot ik een sociaal experiment te doen met mijn perskaart. Okee, niet met mijn perskaart zelf, maar dankzij mijn perskaart. Ik nodigde Calimero uit om mee te gaan naar het filmfestival. Dat was mijn experiment. En waarom dat een experiment is, zal ik nu verduidelijken.

Je moet eerst weten dat Calimero een heel gewoon meisje is. Ze draagt vrolijke kleren en haar lievelingskleur is oranje. Ze houdt van paarden, katten en andere dieren, en het belangrijkste evenement in haar leven is momenteel haar verjaardagsfeestje volgende week. Nee, Calimero is niet het soort meisje dat goed tussen de in donkere kleren gehulde langharige fantasy-freaks past, dat vrijwillig naar het fantastische filmfestival zou gaan en nog minder voor een horrorfilm zou kiezen. Ik besloot haar mee te nemen, zonder te waarschuwen dat ze in heel kleurrijke kleren zou uit de toon vallen en zonder te waarschuwen dat we naar een horrorfilm zouden gaan kijken. Ik wilde eens zien wat dat gaf. Helaas is mijn experiment ei zo na mislukt doordat het Lief Heersbeest zo vriendelijk was het hele concept om zeep te helpen door haar de nacht ervoor op een kotfeestje te waarschuwen dat het een horrorfilm zou zijn. Godzijdank liet ze zich er al niet door afschrikken en kwam ze toch mee, nieuwsgierig als ze wel is. Toch, Heersbeest, zal mijn wraak zoet zijn, hou je bretellen maar al vast!

Goed, we kwamen dus op het festival aan, ik kreeg mijn kaartje en Calimero bestelde netjes dat van haar. Toen liepen we verder, en besloten we overal onze neus eens in te steken. Het dvd-standje, de make-up, de monsters, de kunstwerken,... Net als ik de dag ervoor keek ze haar ogen uit. En goed, ze paste langs geen kanten tussen de andere bezoekers die aan de terrastafeltjes in de bar om ons heen zaten, maar ze was wél net zo enthousiast. Om voor de site (ik bén ten slotte nog steeds journalist) toch nog wat extra sfeerverslag te kunnen maken nadat mijn fotoplan in het water was gevallen omdat ik mijn memorykaartje op mijn nachtkastje had laten liggen, besloten we iets te eten te bestellen. We kwamen tot de conclusie dat eten en drinken op het festival met jetons betaald wordt, dat het duur is, en dat het nergens naar lijkt. Het eten toch, met drinken kan je weinig misdoen. De hamburger was aangebrand en te hard uitgebakken en op de hotdog zat zoveel zuurkool dat je de gigantische braadworst bijna niet meer kon zien. Niet zo verfijnd dus, op dat vlak wenste ik mij wel eventjes VIP om in de VIPlounge canard met riz te gaan eten. In de plaats daarvan at ik braaf mijn hamburger op (voor de kindjes in Afrika) en prutsten we de zuurkool van tussen de hot dog, en toen Calimero na een halve hot dog genoeg had kieperde ik er de worst ook van tussenuit en at ik een broodje mosterd. Waarna we snoep gingen kopen, de petitie van Amnesty tekenden en elk een zonnebril wonnen met een filmquiz van Jameson Whisky.

En toen mochten we in de filmzaal binnen, vonden we een plekje waar we alles goed konden zien, en begon de film. Hij was behoorlijk goed, want ik had afrip van Final Destination verwacht maar ik kreeg in tegendeel een best sterke slayermovie. Het bleef natuurlijk een slayermovie, dus er vloeide bloed à volonté en nu en dan moest er eens weggekeken worden. Maar Calimero heeft niet gegild, en van de voorspelde schrikreacties was ook weinig te merken. Ze wist er zelf een reden aan te geven, en die vond ik best geloofwaardig omdat ik er zelf last van had. Waren bij de vorige film de reacties van de freaks nog leuk geweest, nu waren ze verschrikkelijk irritant, want in plaats van enkel geluiden of applaus riepen ze nu voortdurend dingen. En dat breekt de spanning. Voor Calimero alvast niet gelaten, natuurlijk.

Toen we na de film op het gemakje terug naar huis keerden bleek trouwens dat mijn experiment meer dan geslaagd was. "Ik zou nooit uit mezelf naar zoiets gegaan zijn", zei Calimero. "Maar verwittig je me volgend jaar op tijd? Want ik wil terug mee!"

 

22:01 Gepost door Sneeuwwitje | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

12-04-07

Het avontuur met de perskaart: deel 1

 

Ik heb een perskaart. Eventjes toch nog, en alleen geldig voor het 25ste Brussels Internationaal Festival van de Fantastische Film. Maar niettemin is het een geweldig ding om avonturen mee te beleven. Gisteren bijvoorbeeld: de eerste indruk van Sneeuwwitje op het filmfestival.

Ik vertrok 's middags, kocht nog snel een broodje voor op de trein. Ik zou over Mechelen naar Brussel rijden, en dan normaal gezien Engeltje-die-een-jobgesprek-had ofwel in Mechelen ofwel in Brussel vinden. De trein bleef helaas een kwartier in Puurs plakken, waardoor ik het dus was die de afgesproken aansluiting naar Brussel miste en dus later dan Engeltje aankwam. Een klein beetje in een typische Sneeuwwitje-paniek, want ik was er onderweg achtergekomen dat ik mijn gsm thuis had laten liggen. Ik weet niet hoe het komt, maar de combinatie Engeltje, filmfestival en gsm blijken onmogelijk te zijn voor mij. Ik stond dus in Brussel Noord, en dat is een vrij enorm station, zónder gsm om Engeltje snel terug te vinden. Gelukkig was mijn beschermengel in de buurt en leidde die mij bijna direct naar haar toe. Oef!

Met z'n tweeën liepen we richting Tour en Taxis, en vonden we de hal waar het filmfestival doorging. Ik ben nu al een paar jaar vaste klant op het filmfestival van Gent, maar we hadden al snel door dat dit toch eentje van een heel ander kaliber is. Weinig volk ook, leek het, maar die indruk hebben we na een tijdje toch moeten inwisselen. Véél volk. Voornamelijk jongens, van het McGeek-type wiens leven zich voor de computer, in RPG's en in fantasyliteratuur afspeelt. Bizarre kledingstijlen, fascinerende mensen, ik kon gewoon blijven staren. Ik bedacht even dat het maar goed is dat Engeltje en ik allebei meestal zwart dragen, zodat we al niet superhard uit de toon vielen. Bovendien heb ik schoenen met doodskopjes op, dus kon ik nog een beetje doorgaan voor 'echt'.

Het werd pas helemaal echt toen we eindelijk in de filmzaal mochten. De film van 16u, denk je dan, maar dat wil hier dus zeggen dat je pas om 16u de zaal in mag. Een zaal waarin rijen cinemastoeltjes allemaal achter elkaar zijn gezet zonder dat ze omhoog gaan. Iedereen zit dus letterlijk achter elkaar, een marteling om een goed plekje te vinden als je wat kleiner bent en liefst de ondertiteling wil kunnen lezen zonder dat er hoofden van grotere medemensen voor het beeld zitten. Ik ben erin geslaagd een redelijk plekje te vinden, en ik heb de film (in het japans) begrepen door voortdurend te wisselen tussen Engelse, Franse en Nederlandse ondertitelingen, naar gelang welke ik het beste kon zien op dat moment. De film was goed, maar laat ik het eerst nog even over mijn medekijkers hebben. Het beeld van hoe ze eruitzien heb je al gehad, hun gedrag tijdens de film is nog veel geestiger. Ik geloof dat freaky het goeie woord hier zou zijn. Voordat de film begint, worden er een paar boodschappen geprojecteerd in verband met piraterij en zo, en die worden allemaal onthaald op een koor van synchroon gescandeerde kreten. Ik heb géén idee wat er precies geroepen wordt, maar ik heb nog een paar dagen om daar achter te komen. Tijdens de film zelf leven ze zo hard mee dat ze waarschijnlijk het gevoel hebben er middenin te zitten. Een applaus als de held van het verhaal een basketball-match wint. Wolvengehuil bij een beeld van de volle maan. Gejuich en applaus als de held een slimme move doet en zijn tegenstanders te slim af is. Oorverdovend gesmak langs alle kanten als er een 'romantische' scene te zien is waar de held en zijn vriendinnetje eventueel misschien wel eens zouden kunnen gaan kussen. On-gelooflijk, maar om één of andere reden vind ik het wel geweldig om daar tussen te kunnen zitten. Het geeft mij het rare, veilige eenheidsgevoel dat ik ook wel eens heb als ik één van de duizenden op een festival of manifestatie ben, ook al is veiligheid daar een relatief begrip omdat ik gegarandeerd half verpletterd wordt. Maar nu zat ik dus écht veilig op mijn stoeltje. En ik keek naar Death Note.

Het was een goeie film, de verfilming van een superpopulaire Japanse comic. Het is een tweedelig werk, en het vervolg is dus vandaag maar ik ben zo stom geweest om geen ticketje te reserveren. Nu loop ik dus al sinds gisteravond lastig, want ik wil zo graag weten hoe het verder gaat. Intrigerende film, echt waar. Ik moet en zal dus Death Note: The Last Name nog in handen krijgen, maar dat zal een missie voor na de vakantie zijn. Na de film kwamen we buiten, en merkten we de standjes en kraampjes op die we eerst nog niet hadden gezien. Een Fantasy Fair heeft er niet aan: je kan juwelen en sierwapens kopen, jezelf laten grimeren of tot monster laten veranderen, foto's laten maken... en heel veel van die dingen zijn nog gratis ook. Ik ben er helemaal weg van, ik sta al te springen om mijn perskaartje vandaag opnieuw te mogen gebruiken. Binnenkort dus meer avonturen met de perskaart!

11:57 Gepost door Sneeuwwitje | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-04-07

Sneeuwwitjes eerste safari

 

Deze zomer wordt ik Ranger, en ga ik op safari met een groep dappere kinderen en zes andere stoere Rangers. Maar vanzelf word je geen Ranger natuurlijk, en daarom vertrokken we gisteren al een keertje richting Beekse Bergen, om alvast wat avontuur op te doen.

Het avontuur begon voor Elsje en mij al om 6 uur 's ochtends bij het opstaan. Ook de anderen bleken heel vroeg uit hun nestje gerold te zijn, dus we waren niet de enigen die na een paar uur onze klop kregen. We waren wel zowat de enigen die helemaal met de trein tot in Tilburg reisden, wat ons een goeie twee uur reistijd en net geen dertig euro heeft gekost. Goed ja, échte safari's kosten nog wel wat meer geld en tijd, dus als je het zo bekijkt kwamen we er nog mooi vanaf. Op de bus naar het safaripark kwamen we de helft van de andere Rangers tegen, de andere helft stond aan de ingang. Bart kreeg ons naar binnen, en toen kon het avontuur beginnen. We splitsten in twee groepen, en wij namen de bussafari naar Kongo. Daarvoor moesten we door Afrika en een stukje door Azië, en zagen we zebra's op het pad, cheeta's die rustig naar de voorbijrijdende auto's en bussen keken en neushoorns die dienden om het jachtinstinct van die cheeta's op peil te houden. Er werd een stuk neushoornstront door de bus doorgegeven (neushoorns zijn graseters, dus dat zijn eigenlijk klompjes hooi), we zagen dieren waarvan ik de naam voor het ogenblik al niet meer weet maar ze leken allemaal op koeien en herten, én ik besloot dat ik een kraanvogel zou willen zijn (ondanks de vogel, ja), omdat die eens hij zijn partner gevonden heeft er voor de rest van zijn leven bij blijft. Goed, kraanvogels hoeven geen negentig jaar te leven, maar toch klonk het mij behoorlijk aanlokkelijk.

Het tweede avontuur van de dag, of het derde al, als je de reis meerekent, was voor mij eentje waar héél veel moed voor nodig was. We gingen naar de roofvogelshow. Nu moet je weten dat als er iets is waar ik bang voor ben, het wel vogels zijn. Als ze ver uit de buurt zijn of ergens achter tralies of glas wil ik er nog wel naar kijken. Maar zodra een vogel de mogelijkheid en de intentie heeft om wild flapperend boven mijn hoofd te gaan vliegen, zou ik het liefst onder de grond willen kruipen. Dat zelfs dat niet helpt leerde ik tijdens de show, toen één van de vogels vrolijk in een tunneltje onder de grond dook omdat daar misschien wel een prooi zat. Toch vond ik die vogel nog de leukste die erbij zat, hij vloog namelijk niet (hoewel hij het wel kan). De vogel stapte rustig zonder te veel molenwieken met zijn vleugels rond, hij kon zelfs potjes omdraaien om te kijken of er iets onder lag en dook vol enthousiasme in een vuilnisbak om er zijn snoepje uit te vissen. Dat was dus een leuke vogel. Uilen, oehoe's, valken en gieren daarentegen, vind ik nog steeds maar niks. Ik zat zowat met mijn hoofd in mijn kraag en zo in elkaar gedoken mogelijk, maaar ik heb het overleefd. Angsten onder ogen zien en zo van die dingen.

Na de roofvogelshow was het tijd om ons lunchpakket op te eten in het Kongorestaurant. Daarna deden we de wandelsafari terug naar het begin van het park. Zo zagen we heel wat apensoorten, beren, wrattenzwijntjes, en alvast van in de verte wat giraffen en olifanten. Van die giraffen zouden we nog wat zien, maar dat wisten we toen nog niet. We haalden moeiteloos de safariboot, zochten een plekje met een goed uitzicht en kozen het ruime sop. De gids bleek heel veel van de dieren die we tegenkwamen te weten... laat de grote meerderheid van die dieren nu net vogels, eenden en ganzen geweest zijn...

We kwamen netjes op tijd terug aan land om bijna meteen weer in de bus over te stappen, voor het volgende deel van de bussafari. En dat was er eentje met gegarandeerd spektakel! We zagen eerst hertjes en een vrachtwagen die vast was geraakt in de... eh... modder, maar de beste show kregen we van de giraffen. De bus stopte voor de uitleg, en meteen stoven de zebra's op ons af om zich aan de bus te schuren. Een paar giraffen kwamen ook dichterbij. Twee van hen, een vrouwtje en een mannetje, waren al een hele dag achter elkaar aan aan het lopen, het vrouwtje had blijkbaar geen zin in giraffenseks, het mannetje liet zich niet afschepen. Omdat een paar andere giraffen ons de weg bleven versperren en de bus als lolly gebruikten, hadden we eersteklas uitzicht op de giraffenporno. Iedereen supporterde als gek voor de mannetjesgiraf, en eventjes was het bijna zover, maar helaas wist het vrouwtje zich toch weer los te krijgen. Na zo'n opwinding waren de kangoeroes toch maar een beetje teleurstellend, want aangezien dat nachtdieren zijn lagen zij allemaal lekker lui op hun zijkant naar ons te kijken.

Na de bussafari gingen we nog even op zoek naar de dieren die we nog niet gezien hadden, zoals de grootste olifant van Europa, Calimero (geweldig gekozen naam), de gorilla's en de apen in het apenverblijf, de geitjes op de kinderboerderij die je dus níet mag oppakken ook al zijn ze ontzettend schattig, en de stokstaartjes. En daarna waren we allemaal moe, en zat onze dag erop. Of... nog niet helemaal... Elsje en ik moesten eerst nog wachten tot er een bus aankwam, vervolgens sloegen we een voorraadje eten in terwijl we in Tilburg op de trein zaten te wachten. In Roosendaal konden we gelukkig direct op de trein richting Antwerpen springen. Van het station ging het toen met de tram naar Linkeroever, en daar moesten we ook nog eventjes wachten tot we de bus naar huis konden nemen. Ik was om tien uur thuis, wat wil zeggen dat ik vijf uur onderweg ben geweest, Elsje deed er nog minstens een kwartier langer over voordat ze in haar bedje kon. Maar... 't was een fijn avontuur. Ik heb alvast zin in de échte safarivakantie deze zomer!

11:06 Gepost door Sneeuwwitje | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |