16-05-07

Deathline

 

Er bestaat vooralsnog geen "filosoferenmetsneeuwwitje", en als dat bestond is het maar de vraag of er gefilosofeerd kan worden over het concept 'deadline'. Vóór de deadline in elk geval niet, want dan komt het woord rechtstreeks uit je ergste nachtmerries en wordt de weinig liefkozende naam "deathline" vaker gebruikt. Na de deadline, als de stress op zijn hoogtepunt is geraakt en is overgelopen, niet zelden in een zinloze discussie over drie keer niks, het project of product is afgeleverd en er volstrekt niks meer aan te veranderen is, kan de rust in het lichaam van de door deadline geplaagde persoon wederkeren. Dat is het moment voor filosofische beschouwingen over zowel dead- als deathlines.

Mijn eerste echte projectdeadline was vorig jaar, op het einde van de projectweken. Toen al zat Drossie in mijn groepje, en heb ik ermee moeten leren leven dat de jongen àltijd en overal te laat komt. Die eerste deadline was een avontuur op zich. Ik had de ochtend voor ik naar school vertrok nog tot op de laatste minuten moeten wachten op een bijdrage van één van de jongens, en alles was nét op het nippertje afgedrukt toen ik mijn bus moest halen. Op school aangekomen bleek dat diezelfde last-minute-man zijn interview nog niet op cd had gezet, maar dat zouden we gauw even doen met mijn laptop. Helaas wilde de dictafoon niet zomaar aansluiten op mijn computer. We wilden de hulp van Drossie inroepen om via het internet aan programma's te geraken die dat wel wilden, maar op dat moment kwam die tot de conclusie dat hij iets van de af te geven dingen vergeten was thuis. Hij zou nog net op de bus kunnen springen en tot thuis en terug raken voor de deadline afliep. We besloten dus maar zelf het internet te gaan afzoeken, terwijl Drossie zich naar huis haastte. Het internet hielp ons geen stap verder, dus besloten we even te gaan verwittigen dat we mogelijks een klein minuutje later klaar zouden zijn dan we gezegd hadden. Niet dat we de deadline zouden missen, we zouden alleen onze afspraak met onze mentor moeten verlaten. Die vond dat gelukkig geen probleem. We gingen dus terug naar de computerzaal, en op dat moment kwam Drossie terug aanzetten. Op de bus had hij toch nog eens goed gekeken of hij het echt niet bij had, en dat bleek dus wel zo te zijn. Hij is dus in zeven haasten terug van de bus gesprongen en terug naar ons toe gelopen. Dat probleem was dus sneller opgelost dan verwacht, nu alleen het probleem van de dictafoon nog. Het panikeren stond de meesten van ons al nabij, want we konden toch moeilijk de dictafoon in zijn geheel mee afgeven? En toen kreeg ik de reddende ingeving om gewoon, in een kwaliteit waarvan meneer V. van radio dit jaar waarschijnlijk van over zijn toeren zou gaan, de dictafoon te laten afspelen en alles op te nemen met een cassetterecordertje. Zo stil mogelijk zaten we daar met z'n allen op de minst gebruikte trappen van school, we stierven bijna toen de bel plotseling ging midden door de opname... Maar we slaagden er niettemin in om de opname klaar te krijgen, in onze doos te stoppen en zowel het gesprek met onze mentor als de deadline op de oorspronkelijke tijdstippen te halen. Cowboyverhalen in de journalistiek, je leert het al vanaf het prille begin.

Dit jaar hadden we twee deadlines. Eentje vorig semester, dat we met glans haalden. Of dat dachten we ten minste. Het researchdossier was al lang en breed in orde voor ik net voor die deadline het vliegtuig nam en naar Finland vloog. Het radioprogramma was na mijn terugkeer ook direct in orde. Zelfs ons filmpje kwam uiteindelijk nog snel in orde. Dat mocht ook op DV blijven staan, goddank kon er dus niets meer mis mee gaan. De dag voor de deadline werkten we tot het sluitingsuur van het EMI aan de Engelse vertalingen, en sloegen die allemaal op een extra bandje op. We gaven het af aan de balie van het EMI, de mediatheek dus, en daar beloofden ze ons om het tegen de volgende dag op dvd te hebben. De volgende dag bleek Drossie zwaar te laat te zijn, zodat we ontzettend lang op hem moesten wachten om ons filmpje af te geven. Een tweede domper waren onze Engelse filmpjes. Er zat ergens een fout in, en dus hadden ze gewacht tot de dag zelf om ons te vragen of we het wel zeker met die fout op dvd wilden hebben. Natuurlijk wilden we dat, die comprimeerfout was niet onze zaak, wij wilden gewoon onze dvd op tijd af kunnen geven. Helaas waren alle andere wachtenden ineens voor ons... We moesten dus wachten, maar dat moesten we ook op de meneer V., de leraar radio aan wie we ons radioproduct persoonlijk moesten afgeven. Hij was te laat, onbereikbaar, en ten slotte vond hij het nog grappig om ons op stang te jagen en extra traag te komen ook. Een van mijn klasgenootjes vloog op hem af, ik was even bang dat ze hem ging afmaken. Voor leerkrachten zijn deadlines dus bijzonder rekbaar... voor ons bleven ze nog enkele uren een hel, tot het verlossende moment dat Drossie en Jokke (die zich opgeofferd hadden om te wachten, zodat ik kon gaan eten) belden dat alles in orde en afgegeven was.

Dit semester zou ons dat niet gebeuren. We waren met een groep van zeven nu, wat moeilijker is om allemaal op tijd samen te krijgen, maar zelfs Drossie was maar een kwartier te laat. Het enige wat onze deadline vandaag tot deathline maakte, was het copycenter. Mevrouw V.P. had de hele klas naar hetzelfde center gestuurd, met de boodschap dat ze daar mooie dingen deden. Dat moet ze dus nooit meer doen. Onze kleurenkopies hadden een gepixelde cover, terwijl ons dat ten strengste verboden was, en terwijl mijn eigen printer diezelfde cover pixelloos kan afdrukken. Er zat een drukfout in een advertentie in de kleurenversie, terwijl in de zwart-wit versie alles in orde was. En er was scheef geniet bij één van de kopieën. Dat kost ons behalve 25 euro dus ook wellicht punten, maar er was dus niks meer aan te doen. Afgeven dus, en dit keer zijn we er in geslaagd om als allereersten af te geven. Dat is een sterk staaltje, met een eeuwige laatkomer als Drossie in ons midden.

Maar behalve de avonturen omtrent deadlines, was het vandaag ook effectief een deathline voor Sneeuwwitje. Een deathline als in: het einde van al het oude, de dag waarop je weet of je een nieuw leven kan beginnen. Ik moest op zoek naar meneer H., om hem te vragen of ik volgend jaar een semester naar Zweden mag. Ik heb de school een keer of tien rondgecrosst, en ik heb hem uiteindelijk gevonden. Ik kroop in mijn panterhuid en ik viel hem aan, om het nieuws eindelijk te weten te komen. De vorige dagen hadden vrienden al gevraagd of ik niet zenuwachtig en nieuwsgierig was. Nee dus, want ik had het te druk met over het magazine piekeren. Tot op dat moment dat ik verwachtingsvol met grote ogen naar de leraar stond te kijken, die nog indrukwekkender leek dan anders. "Eens zien, weet ik dat van buiten?" vroeg hij zich af. "Jönköping, he? Ja, natuurlijk weet ik dat van buiten! Jij mag naar Zweden!" Ik weet niet wat mijn gezicht toen deed, het voelde in elk geval of het begon te gloeien, en ik denk dat ik een lach vormde die groter was dan mijn gezicht.  "Dankjewel," glunderde ik. Meneer H. moest er zelf om glimlachen. De volgende minuten danste ik door de gang, nam ik per ongeluk de verkeerde trap en danste ik ook nog door de plassen. De hele weg naar huis bleef die veel te grote lach op mijn gezicht zitten. En toen ik thuis kwam vond ik gelukkig mama nog daar, zodat ik niet tegen een leeg huis hoefde te roepen: "Hurrah! Jag går till Sverige nästan år!"

17:20 Gepost door Sneeuwwitje | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.