16-05-07

Deathline

 

Er bestaat vooralsnog geen "filosoferenmetsneeuwwitje", en als dat bestond is het maar de vraag of er gefilosofeerd kan worden over het concept 'deadline'. Vóór de deadline in elk geval niet, want dan komt het woord rechtstreeks uit je ergste nachtmerries en wordt de weinig liefkozende naam "deathline" vaker gebruikt. Na de deadline, als de stress op zijn hoogtepunt is geraakt en is overgelopen, niet zelden in een zinloze discussie over drie keer niks, het project of product is afgeleverd en er volstrekt niks meer aan te veranderen is, kan de rust in het lichaam van de door deadline geplaagde persoon wederkeren. Dat is het moment voor filosofische beschouwingen over zowel dead- als deathlines.

Mijn eerste echte projectdeadline was vorig jaar, op het einde van de projectweken. Toen al zat Drossie in mijn groepje, en heb ik ermee moeten leren leven dat de jongen àltijd en overal te laat komt. Die eerste deadline was een avontuur op zich. Ik had de ochtend voor ik naar school vertrok nog tot op de laatste minuten moeten wachten op een bijdrage van één van de jongens, en alles was nét op het nippertje afgedrukt toen ik mijn bus moest halen. Op school aangekomen bleek dat diezelfde last-minute-man zijn interview nog niet op cd had gezet, maar dat zouden we gauw even doen met mijn laptop. Helaas wilde de dictafoon niet zomaar aansluiten op mijn computer. We wilden de hulp van Drossie inroepen om via het internet aan programma's te geraken die dat wel wilden, maar op dat moment kwam die tot de conclusie dat hij iets van de af te geven dingen vergeten was thuis. Hij zou nog net op de bus kunnen springen en tot thuis en terug raken voor de deadline afliep. We besloten dus maar zelf het internet te gaan afzoeken, terwijl Drossie zich naar huis haastte. Het internet hielp ons geen stap verder, dus besloten we even te gaan verwittigen dat we mogelijks een klein minuutje later klaar zouden zijn dan we gezegd hadden. Niet dat we de deadline zouden missen, we zouden alleen onze afspraak met onze mentor moeten verlaten. Die vond dat gelukkig geen probleem. We gingen dus terug naar de computerzaal, en op dat moment kwam Drossie terug aanzetten. Op de bus had hij toch nog eens goed gekeken of hij het echt niet bij had, en dat bleek dus wel zo te zijn. Hij is dus in zeven haasten terug van de bus gesprongen en terug naar ons toe gelopen. Dat probleem was dus sneller opgelost dan verwacht, nu alleen het probleem van de dictafoon nog. Het panikeren stond de meesten van ons al nabij, want we konden toch moeilijk de dictafoon in zijn geheel mee afgeven? En toen kreeg ik de reddende ingeving om gewoon, in een kwaliteit waarvan meneer V. van radio dit jaar waarschijnlijk van over zijn toeren zou gaan, de dictafoon te laten afspelen en alles op te nemen met een cassetterecordertje. Zo stil mogelijk zaten we daar met z'n allen op de minst gebruikte trappen van school, we stierven bijna toen de bel plotseling ging midden door de opname... Maar we slaagden er niettemin in om de opname klaar te krijgen, in onze doos te stoppen en zowel het gesprek met onze mentor als de deadline op de oorspronkelijke tijdstippen te halen. Cowboyverhalen in de journalistiek, je leert het al vanaf het prille begin.

Dit jaar hadden we twee deadlines. Eentje vorig semester, dat we met glans haalden. Of dat dachten we ten minste. Het researchdossier was al lang en breed in orde voor ik net voor die deadline het vliegtuig nam en naar Finland vloog. Het radioprogramma was na mijn terugkeer ook direct in orde. Zelfs ons filmpje kwam uiteindelijk nog snel in orde. Dat mocht ook op DV blijven staan, goddank kon er dus niets meer mis mee gaan. De dag voor de deadline werkten we tot het sluitingsuur van het EMI aan de Engelse vertalingen, en sloegen die allemaal op een extra bandje op. We gaven het af aan de balie van het EMI, de mediatheek dus, en daar beloofden ze ons om het tegen de volgende dag op dvd te hebben. De volgende dag bleek Drossie zwaar te laat te zijn, zodat we ontzettend lang op hem moesten wachten om ons filmpje af te geven. Een tweede domper waren onze Engelse filmpjes. Er zat ergens een fout in, en dus hadden ze gewacht tot de dag zelf om ons te vragen of we het wel zeker met die fout op dvd wilden hebben. Natuurlijk wilden we dat, die comprimeerfout was niet onze zaak, wij wilden gewoon onze dvd op tijd af kunnen geven. Helaas waren alle andere wachtenden ineens voor ons... We moesten dus wachten, maar dat moesten we ook op de meneer V., de leraar radio aan wie we ons radioproduct persoonlijk moesten afgeven. Hij was te laat, onbereikbaar, en ten slotte vond hij het nog grappig om ons op stang te jagen en extra traag te komen ook. Een van mijn klasgenootjes vloog op hem af, ik was even bang dat ze hem ging afmaken. Voor leerkrachten zijn deadlines dus bijzonder rekbaar... voor ons bleven ze nog enkele uren een hel, tot het verlossende moment dat Drossie en Jokke (die zich opgeofferd hadden om te wachten, zodat ik kon gaan eten) belden dat alles in orde en afgegeven was.

Dit semester zou ons dat niet gebeuren. We waren met een groep van zeven nu, wat moeilijker is om allemaal op tijd samen te krijgen, maar zelfs Drossie was maar een kwartier te laat. Het enige wat onze deadline vandaag tot deathline maakte, was het copycenter. Mevrouw V.P. had de hele klas naar hetzelfde center gestuurd, met de boodschap dat ze daar mooie dingen deden. Dat moet ze dus nooit meer doen. Onze kleurenkopies hadden een gepixelde cover, terwijl ons dat ten strengste verboden was, en terwijl mijn eigen printer diezelfde cover pixelloos kan afdrukken. Er zat een drukfout in een advertentie in de kleurenversie, terwijl in de zwart-wit versie alles in orde was. En er was scheef geniet bij één van de kopieën. Dat kost ons behalve 25 euro dus ook wellicht punten, maar er was dus niks meer aan te doen. Afgeven dus, en dit keer zijn we er in geslaagd om als allereersten af te geven. Dat is een sterk staaltje, met een eeuwige laatkomer als Drossie in ons midden.

Maar behalve de avonturen omtrent deadlines, was het vandaag ook effectief een deathline voor Sneeuwwitje. Een deathline als in: het einde van al het oude, de dag waarop je weet of je een nieuw leven kan beginnen. Ik moest op zoek naar meneer H., om hem te vragen of ik volgend jaar een semester naar Zweden mag. Ik heb de school een keer of tien rondgecrosst, en ik heb hem uiteindelijk gevonden. Ik kroop in mijn panterhuid en ik viel hem aan, om het nieuws eindelijk te weten te komen. De vorige dagen hadden vrienden al gevraagd of ik niet zenuwachtig en nieuwsgierig was. Nee dus, want ik had het te druk met over het magazine piekeren. Tot op dat moment dat ik verwachtingsvol met grote ogen naar de leraar stond te kijken, die nog indrukwekkender leek dan anders. "Eens zien, weet ik dat van buiten?" vroeg hij zich af. "Jönköping, he? Ja, natuurlijk weet ik dat van buiten! Jij mag naar Zweden!" Ik weet niet wat mijn gezicht toen deed, het voelde in elk geval of het begon te gloeien, en ik denk dat ik een lach vormde die groter was dan mijn gezicht.  "Dankjewel," glunderde ik. Meneer H. moest er zelf om glimlachen. De volgende minuten danste ik door de gang, nam ik per ongeluk de verkeerde trap en danste ik ook nog door de plassen. De hele weg naar huis bleef die veel te grote lach op mijn gezicht zitten. En toen ik thuis kwam vond ik gelukkig mama nog daar, zodat ik niet tegen een leeg huis hoefde te roepen: "Hurrah! Jag går till Sverige nästan år!"

17:20 Gepost door Sneeuwwitje | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14-05-07

Hans en Sneeuwwitje

 

Ik zat ónder het werk deze week. Het was dan ook niet mijn bedoeling voor de buitenwereld zichtbaar te zijn, maar ik heb erg bijzondere vriendjes die precies weten waar ze moeten graven. De Designer belde donderdagavond op, toen ik aan het knoeien was met de lengte van mijn teksten voor het magazine. Ik had de volgende dagen minutieus volgepland, maar de computerproblemen op school hadden mij zo van mijn apropos gebracht dat ik alles eventjes beu was. En op dat moment net belde de Designer, om te vragen of ik de volgende dag mee wilde naar de tentoonstelling van zijn vinylkrukje en de foto die van hem is gemaakt. Ik liet meteen mijn minutieuze planning voor wat ze was. Ik wilde maar wat graag de eerste zijn die het vinylkrukje in het echt zag, ik was ooit ook de eerste die zijn prestigieuze eindwerkproject in het echt mocht zien. Bovendien werkt het woord "foto" meestal als toverformule op mij. En vroeg ik maar meteen hoe laat ik aan het station moest staan de volgende dag.

Dat werd kwart voor drie, en zo vertrokken we voor een uurtje treinen, enkele metrohaltes en een kort wandelingetje. Natuurlijk zou ik geen echt Sneeuwwitje zijn als ik niet voor de zoveelste keer verdwaald raakte in Brussel... Verkeerde straat aan het rond punt genomen, vervolgens verkeerde richting van de baan, nog een foutje gemaakt en ten slotte toch maar weer op onze stappen teruggekeerd. Toen vonden we dus wel de juiste straat, maar net voor nummer 75 hielden de oneven nummers op. Het enige wat er was... was een park. De Designer dacht zich te herinneren dat zijn leraar iets over een park gezegd had, en dus leek het ons geen slecht idee om daar dan maar binnen te gaan. Als we de ingang konden vinden, dan toch... We vonden een zij-ingang (zo bleek later) en begonnen in het wilde weg wat over de paden te slenteren. Geen vijf minuten duurde het voor we alweer niet meer wisten waar onze voor en achterkant zat, waar we al geweest waren en waar niet, en vooral hoe we ooit terug zouden moeten geraken. Broodkruimeltjes strooien was misschien toch nog een idee geweest, opperde ik. Om helemaal sprookjesachtig te gaan doen kwam er toen een wit hondje aangelopen. "Zullen we de witte hond volgen in plaats van het witte konijn?" En precies zoals het verhaal van Alice gaat, verdween de hond ergens waar we hem nooit meer vonden, keken we om ons heen en zagen... niets. Tot ik mij omdraaide en, jawel ik lach er niet mee, een kasteel zag. Daar moesten mijn prins en ik dus heen.

We waren de allerlaatsten, alle klasgenootjes van de Designer waren al langsgeweest, maar zijn leraar nodigde ons nog net zo enthousiast uit om binnen te komen. Ik vond het wel handig, zo alleen, hoefde ik niet met andere designers te praten. Mijn Designer had in de trein even langs zijn neus weg laten vallen dat 'als ze ons samen zien, ze weer vanalles gaan denken'. Niet dat we dat niet al jaren gewend zijn. Toch is het designer-ras een ras apart en vergt het opperste concentratie om ermee in gesprek te zijn. Nu was er dus enkel nog een leraar en een fotografe, die kon ik wel aan. Dacht ik. We bekeken alle tentoongestelde krukjes, ik vond verschillende schitterende werkjes waar ik meteen weg van was, en toen keurden we alle foto's. Er waren echte kunstwerkjes bij. Kon ik dat ook maar... Zeker die van de Designer was prachtig, de bevlogenheid die ik van hem ken over zijn werk kwam er gewoon vanafgestraald. We namen een drankje en sloegen een praatje met de leraar en zijn vriendin de fotografe. Het ging allemaal heel goed, ik hoefde niet teveel te zeggen en dus ook niet teveel moeite te doen om intelligent over te komen. Ik voelde mij dus wel een accessoireblondje, maar dat heeft behalve ik zelf niemand opgemerkt. Tot de Designer een vroegere uitspraak van zijn leraar terugkaatste. "Je zei dat ik meer achter de vrouwen aan moest zitten, wel, hier is ze!" En daar stond ik dan, de aarde vanonder mijn voeten verzakkend. Help! Hoe moest ik mij nu gaan gedragen? Gelukkig is een Sneeuwwit ook een Ijskoningin. Ten minste, ik dénk toch dat niemand mijn inwendige paniek heeft opgemerkt...

We babbelden nog een poosje verder, tot we tot de ontdekking kwamen dat we er al meer dan een uur stonden. Tijd om terug naar huis te gaan dus. De officiële ingang (en uitgang) van het park bleek makkelijker te vinden zijn dan de weg die we eerst genomen hadden. De tram bleek ook vlakbij te zijn. Alleen reden we toen per ongeluk in de verkeerde richting... volgende halte afgestapt, en naar de juiste richting overgeschakeld. Veel sneller dan eerst kwamen we in het station aan, om onze terugreis in te zetten. Allebei best moe van ons wandelingetje, maar ook allebei heel tevreden en enthousiast over wat we gezien hadden. En toen... "Nu zijn die er wel van overtuigd dat wij een koppel zijn..." zei de Designer, half verbaasd. "Ja," zei ik fijntjes, "daar heb je anders wel mooi zelf voor gezorgd!" En eerlijk? Ik geloof niet dat ik dat eigenlijk heel erg vind...

17:21 Gepost door Sneeuwwitje | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-05-07

Een stiekem verjaardagsfeest

 

Elsje verjaarde in de paasvakantie. Dat is een vervelend moment om 18 te worden. Veel mensen zijn op eindreis, hebben het druk met blokken of zijn druk bezig met de voorbereidselen van een andere jarige die een fuif organiseert. Dus vergaten we Elsjes verjaardag. Of, dat dacht ze ten minste.

In werkelijkheid hadden we alles minutieus gepland. Vorige zondag werd ze door haar vriendje, Jack Wolfspack, wakkergemaakt. "Kleed je aan, we gaan naar Brussel." Hij maakte haar rugzak, troonde haar mee naar buiten en samen wachtten ze op hun lift naar "Brussel". Die lift, dat was een zilverkleurige limousine, bestuurd door 007. Co-piloot Kaat Piraat en stewardess Sneeuwwitje begeleidden Elsje naar haar zitplaats. Ze werd geblinddoekt met een trendy roze sjaal, en vervolgens kon de geheime rit beginnen. Zes keer rondom hetzelfde rond punt, en daarna door de polders zodat we minstens een kwartier verloren en nog steeds op amper een kilometer van Elsjes huis waren. Tegen die tijd was ze de oriëntatie al kwijt, en konden we koers zetten naar de echte bestemming. Stiekem reden we nog langs het huis van de Pretty Nurse, die met de volgauto en Blokje achter ons aan kwamen. De hele rit barstte Elsje bijna van nieuwsgierigheid, maar haar autogenoten hielden de lippen stijf op elkaar!

Eindelijk kwamen we aan in het Provinciaal Domein van W. We besloten er eerst wat door de natuur te wandelen, vonden een mooi grasveld en stalden daar onze picknick uit. Aardappelsla van 007, groentjes van Blokje, brood van Kaat Piraat, pasta en rijst van de Pretty Nurse, kaas en feta van Jack Wolfspack en appeltaart van Sneeuwwitje. Officieel van de mama van Sneeuwwitje, aangezien mijn kookkunsten nogal te vermijden zijn. Nadat Elsje haar eerste cadeautje kreeg, vielen we aan. Geen kruimel bleef er over, behalve van de taart want die wilden we nog voor de helft sparen als vieruurtje. En toen gingen we weer verder.

Het Evenementeneiland was afgesloten, het werd ons verboden om de werf te betreden. Omlopen langs de vijver zagen we niet zitten, en dus deden we gewoon het hek open en liepen we door. Niks werfigs gezien, dus lieten we de hekken gewoon open achter ons. We kozen de weg naar de speeltuin, maar daar waren geen zitplekjes meer vrij. Dus keerden we op een paar stappen terug, en nestelden ons onder enkele laaghangende bomen, met zicht op spetterende mensen in pedalobootjes. Elsje kreeg meer cadeautjes, we genoten van de zon en we vonden een rups. Die rups besloten we mee te nemen op weg naar onze volgende halte: het dierenpark. Na twee minuten was ik echter al beu het kronkeldier met zijn takjes in mijn handen te houden, en gaf ik hem een nieuwe woonplaats naast de vijver.

Om naar het dierenpark te gaan kozen we weer de illegale weg door de werf. Plotseling liep iedereen daarlangs, zaten er zelfs mensen op handdoeken op het gras. Typisch Belgisch, zeker, eens het hek open is tellen de verbodsbordjes niet meer mee. We kwamen in elk geval aan het dierenpark, en namen daar afscheid van Blokje en de Pretty Nurse. Zij moesten op tijd thuis zijn. Dus gingen wij met z'n vieren verder de dierenverzameling bekijken. Jammer genoeg bleek die dierenverzameling voornamelijk te bestaan uit meer soorten kippen en hanen dan je ooit voor mogelijk houdt, een enkel paard en een gestrande zeekoe. Testosterongrapje. We kozen er dan maar voor om richting zwembad te gaan, voor een frisse duik.

Jammer genoeg bleek het zwembad niet open te zijn, en dus nestelden we ons maar weer op een mooi, groot grasveld. We plukten er bloempjes, gaven Elsje haar laatste cadeautjes, aten koekjes en cake en dronken frisdrank. En toen vielen we met z'n allen een poosje in slaap. Toen we weer wakker gekriebeld waren met grassprietjes, lagen we nog een poosje over koetjes, kalfjes en geitjes te praten, en kwamen er ook nog wat testosterongrapjes boven. Tot het tijd was om naar huis te gaan. Op Jack en Elsje stond thuis een wokschotel te wachten, en dus kozen we het hazenpad en reden we terug naar onze bekende wereld.

Toen Elsje en Jack thuis afgezet waren, besloten Kaat, 007 en ik pizza te gaan eten. Daarvoor wilden we ons eerst even verkleden bij Sneeuwwitje thuis, konden we meteen mijn zusje meenemen. En zo veranderden we even in een Hollywoodsoap, de meisjes boven om zich te verkleden, de jongen geduldig beneden wachtend in de zetel. En toen reden we naar Antwerpen, aten de beste pizza ooit en wandelden nog een beetje langs de kaaien. Vooral de marineboot trok mijn aandacht... De frisse wind op onze warmgebrande armen deed deugd. Stilletjes reden we vervolgens terug naar huis, nog nagenietend van de gezellige dag. Van mij mag Elsje gerust nog dikwijls jarig zijn!

 

11:32 Gepost door Sneeuwwitje | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

01-05-07

Studs and Soda

 

Zaterdag was het weer zover, de hoogdag voor voetbalminnend speelpleinland: het Wereldkampioenschap Speelpleinvoetbal, oftewel het interspeelpleinentoernooi voetbal in Hamme. Voor het eerst in jaren had Speelplein Sneeuwwitje moeiteloos een volledig team, genoeg reserves én een volledig supportersteam bij elkaar kunnen scharen. Optimistisch zagen we de winst al tegemoet, of toch in elk geval de-voor-een-keer-niet-de-laatste-plaats. Daarvoor hadden we de beste tactiek ever: Sneeuwwitje in bikini op het veld. Gegarandeerd afleiding voor de tegenpartij, zodat wij doelpunt na doelpunt zouden kunnen scoren. Helaas draaide het anders uit.

Laat ik eerst even bewijzen dat ik een geweldig voetbalcommentator ben, en onze ploeg voorstellen. Kapitein 007 was coach van het voetbalteam, en kapitein van de supportersploeg. Onder zijn supportershoede had hij nog Loreliesje, het nichtje van één van onze voetballers dat met haar beentje in het gips zat na een onzachte aanraking met een trampoline, Blub, die water in haar knie heeft en daarom niet mag sporten, en de Pretty Nurse. Verder coachte hij dit geweldige Piratenteam: Keeper Grapjas, die met haar gebroken arm eigenlijk niet op het veld mocht van de mama maar die wijze raad aan haar sportschoenen lapte, verdedigers Kaat Piraat en Leentje-van-opt-hoekje, middenvelders Charlie, Bompie, Blokje, Steph en Sneeuwwitje, en superspitsen Keizer Nero en zijn Vriendin. Een perfect op elkaar ingespeeld team dus, helemaal klaar voor de wedstrijd.

Eerste match, Speelplein Sneeuwwitje tegen Speelplein J. uit L. Sneeuwwitje zag die eerste match al redelijk somber in, omdat ze uit ervaring weet dat Speelplein J. nogal hardhandig speelt, ze komen ook dikwijls in de finalewedstrijd terecht. Bovendien kwam de scheidsrechter vlak voor ze het veld op gingen vertellen dat de tegenstanders een man te veel op het plein hadden. Volgens de spelregels moeten er van de zeven voetballers op het plein minstens drie vrouwen zijn, en zij hadden er dus maar twee bij. Speelplein Sneeuwwitje zou dus een extra man in mogen zetten, maar helaas hébben ze er maar twee. In plaats van dus Speelplein J. gewoon met zes man te laten spelen, wat eerlijk zou zijn, begon Speelplein Sneeuwwitje dus al met een flink nadeel aan de wedstrijd. Ze hielden het in de eerste helft goed vol, en hielden de bal flink uit het doel. Maar na de wissel gaat het mis. Het veld van Hamme ligt er niet helemaal bij zoals het hoort, en bij een aanval op het vijandelijke doel merkt Sneeuwwitje de valstrikput voor het doel niet op. Ze trapt erin met haar rechtervoet, slaat haar voet om en valt. Intussen kan Keizer Nero niet vermijden dat de bal en de rest van het team weer helemaal naar de andere speelhelft gaat. Terwijl Sneeuwwitje rechtkrabbelt en achter haar ploegmaats aanhinkelt (Speelplein J.: "Goed zo! Laat uw ploeg maar in de steek!") maakt Speelplein J. een eerste doelpunt. Vervolgens probeert Speelplein Sneeuwwitje nog een aanval te doen, met een mooie tackle van Steph op de bal. Helaas is het Steph die tegen de grond gaat in plaats van de J.-speler, en krijgt ze er van de onsportieveling nog een paar extra schoppen bovenop. De scheidsrechter had op dat ogenblik vermoedelijk de voetbalspreekwoordelijke stront in zijn ogen, want hij liet deze laffe aanval gewoon toe. Sneeuwwitje probeerde op het einde de boel nog te redden door haar t-shirt uit te gooien en in bikini verder te hinkelen, maar dat had geen effect meer. Op de laatste minuut krijgt Speelplein Sneeuwwitje nog een tegengoal te verwerken, de wedstrijd eindigt met 2-0. Sneeuwwitje hinkelt van het veld, er wordt ijs voor haar voet gehaald en een reservespeler moet voor haar het veld op tijdens de volgende match.

Tweede match, Speelplein Sneeuwwitje tegen Speelplein P. uit Z. Een bijzonder spannende en goeie wedstrijd, met veel gejuich en gejoel. Niet omdat Speelplein Sneeuwwitje doelpunten scoort. Wel omdat de saves van verdediger Leentje-van-opt-hoekje en keeper Grapjas erg mooi zijn. Vooral mooi van kleur, op de benen van Leentje-van-opt-hoekje. Blauw is gelukkig de lievelingskleur van het piratenteam. De wedstrijd eindigt 0-0, Sneeuwwitje feliciteert de spelers en trekt vervolgens ondersteund door Steph naar de EHBO-post.

Derde match, Speelplein Sneeuwwitje tegen Speelplein S. uit D. Van deze wedstrijd kan uw reporter-annex-middenvelder weinig verslag uitbrengen, wegens het feit dat ze bij de EHBO zat en een mooi grasgroen verband om haar voet gewikkeld kreeg. Verstuikt, jongedame, gedaan met het voetballen voor vandaag! Tegen dat Sneeuwwitje zich terug bij haar ploeg kan vervoegen maakt deze zich al klaar voor de volgende match, de vorige afgesloten hebbend met een 2-0 in het voordeel van de tegenpartij, en ook een mooie blauwe kleur op de benen van verdediger Kaat Piraat.

Vierde match, Speelplein Sneeuwwitje tegen Speelplein A. uit A. Voor deze match moet Speelplein Sneeuwwitje met heel haar gevolg verplaatsen naar het andere veld. Wegens een historisch laag aantal deelnemers aan het WK dit jaar wordt er namelijk niet gewoon in twee poules apart gespeeld, maar lopen de poules door elkaar. In elk geval blijken de Speelplein A-ers de sympathiekste tegenstanders te zijn voor Speelplein Sneeuwwitje, en kunnen ze uiteindelijk nog wel lachen met hun 1-0 nederlaag. Kapitein 007: "We worden alsmaar beter, volgende keer gaan we winnen!"

Vijfde match, Speelplein Sneeuwwitje tegen Speelplein B. uit B. Het speelplein waar Speelplein Sneeuwwitje jaarlijks een niet nader gedefinieerd kattenkwaad gaat uithalen op zomernachten blijkt eigenlijk niet zo'n geduchte tegenstander. Met veel geluk maken de B.'s een doelpunt, en niet veel later nog eentje. Wellicht ligt het aan de vermoeidheid bij beide speelpleinploegen, dat het voetbal niet meer om over naar huis te schrijven is. Speelplein Sneeuwwitje had de twee laatste wedstrijden zeker moeten winnen als ze nog kans had willen maken op het doorstoten naar de halve finale, maar zoals gewoonlijk verliezen ze met 2-0 en verkijken ze ook dit jaar weer hun kans op winst.

Zesde match, Speelplein Sneeuwwitje tegen Speelplein S. uit E. Vermoeidheid en blessures zorgen voor een dipje in de moraal van Speelplein Sneeuwwitje. Dat laat zich merken in het slordige spel dat bijna niet meer opgengetrokken raakt. De Vriendin van Keizer Nero slaagt er bijna in om nog een aanval op het doel te doen, maar deze gaat helaas de mist in. Vervolgens loopt een E.-speler tegen Keizer Nero aan. Zijn been schiet in een kramp en hij valt. (Speelplein S.: "Ja! Goed gedaan!") Hij wordt snel gewisseld met de dodelijk vermoeide Charlie, die niet veel zin meer heeft en zodoende gewoon de hoop loopt te vergroten op het veld. Het doel is om zo weinig doelpunten binnen te laten, maar helaas zijn ook de verdedigers (en hun blauwe benen) kapotgespeeld. Het wordt opnieuw 2-0 tegen voor Speelplein Sneeuwwitje. Na de match komt de E.-speler die Keizer Nero omverliep zich verontschuldigen, maar dat maakt de weinig sportieve uitroepen van de rest van zijn ploeg niet helemaal goed. Toch wint Speelplein S. op het einde van het WK de Fair Play prijs. De scheidsrechters hebben kennelijk niet enkel stront in hun ogen, maar ook in hun oren.

Speelplein Sneeuwwitje komt doodmoe van het veld, wil zich uitstrekken op het grasveldje, als plotseling door de microfoon van de organisatoren een donderslag bij heldere hemel weerklinkt. Nog een match? Ze denken er niet aan! Blijkt dat Speelplein S. uit L. een match te weinig heeft gespeeld, vervolgens ging klagen bij de organisatie en daarom zelf een tegenstander uit mocht kiezen om nog een match te spelen. Het is bijzonder gemakkelijk om daarvoor een ploeg te kiezen die vanzelf al op de laatste plaats staat en bovendien net van het veld komt, waardoor ze al compleet leeggespeeld zijn. Bovendien zullen de punten die Speelplein S. scoort dubbel tellen. Protest alom, maar noch Speelplein S., noch de scheidsrechter willen de wedstrijd uitstellen of hun mening herzien, en dus moet Speelplein Sneeuwwitje terug het veld op. Aangezien het hele team zodanig geblesseerd is dat het niet meer eerlijk is, besluit Supportertje van Speelplein H. in te vallen en mee te spelen. Charlie weigert op het plein te gaan staan, en daarom neemt Keizer Nero, nog steeds niet helemaal in orde van zijn kramp, de plaats voor het doel in, en gaat Grapjas het veld op. Het duurt niet lang voor het helemaal in de soep loopt. Eén van de L.-spelers loopt tegen Grapjas aan, schramt zijn arm aan haar gipsverband en laat daardoor zijn DNA op haar gips achter. Het is dan ook niet zo'n schitterend idee om tegen een voetballer met een gebroken arm aan te lopen. Als Keizer Nero vervolgens een bal probeert uit het doel te halen, schiet zijn been opnieuw in een kramp. Hij gaat neer en komt niet meer recht. Elke eerlijke eerste-, tweede-, derde- en zelfs vierdeklasseploeg zou dan de bal buiten schoppen totdat de gevallen speler van de tegenploeg vervangen is of terug op zijn benen kan staan, maar niet Speelplein S. Terwijl Keizer Nero ligt te zieltogen en de hele ploeg tot bij hem rent, maken zij nog een doelpunt. De scheidsrechter keurt niet af, want dat is in principe niet tegen de regels. Sneeuwwitje schiet alvast uit haar vel bij zoveel oneerlijkheid. Ze kan vanzelf al niet tegen haar verlies, en dit doet er geen goed aan. Als dan tot overmaat van de ramp de supporters van Speelplein S. ook nog eens echte hooligans blijken te zijn (net als de echte supporters van de L.-se voetbalclub dus), gaat ze helemaal uit haar dak. De supporters roepen dat Keizer Nero komedie speelt, Sneeuwwitje dreigt ermee de supporters allemaal een kramp te komen schoppen en wil vervolgens de plaats van de Keizer in het doel overnemen omdat "die mottigaards daar op de bank zeggen dat de Keizer komedie speelt!" De kalmte van de L.-spelers zelf, die zich van het heethoofd gelukkig niet veel aantrekken en wel respect hebben voor de zieltogende Keizer, brengt haar gelukkig wel tot bedaren. Speelplein Sneeuwwitje besluit unaniem forfait te geven, de Vriendin van de Keizer is gelukkig zo handig tegen de verstrooide scheidsrechter te zeggen dat de match eindigt op 2-0. Voor de puntentelling maakt het weinig uit, maar ons scorebord telt dan tenminste geen 5-0.

Speelplein Sneeuwwitje is erg teleurgesteld door de laatste match, bijna verliezen ze er hun goede humeur bij. Gelukkig is de gedachte aan het spaghettimaal achteraf goed genoeg om de hele geblesseerde bende toch weer in hun normale doen te krijgen. De beker voor de slechtste ploeg hebben ze in elk geval weer verdiend, mascotte Loreliesje krijgt hem mee naar huis omdat zij de ploeg zo goed heeft aangemoedigd. Ook onze scheidsrechter Keizer Nero krijgt een onderscheiding, wat bijzonder mooi is omdat deze voetbalwedstrijd zijn ultieme afscheid van het speelplein is. Kapitein 007 laat deze historische woorden nog optekenen: "We hebben ons opgeofferd, want er moest toch iemand de laatste zijn." Volgend jaar kan iemand anders zich maar opofferen. Volgend jaar zullen wij de beste zijn.

12:32 Gepost door Sneeuwwitje | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |