19-06-07

Sneeuwwitjes favourite place (het web uitgezonderd, natuurlijk)

 

Gent. Zoals iedereen wel van ver zag aankomen is dit inderdaad weer een avontuur uit de stad waar ik onder elke scheve stoepsteen mijn hart wel zou willen begraven. Hoe kon ik mijn vakantie beter beginnen dan daar? En met wie kon ik ze beter beginnen dan met Jomps? Retorische vragen dienen niet om opgelost te worden. Ze dienen enkel tot inleiding bij de meest heerlijke gisteren sinds lang.

Iets voor twaalf kwam ik met de trein in Dampoort aan, een halte vroeger dan meestal, dus kon ik niet met mijn neus tegen het raampje aan geplakt zitten. In plaats daarvan ging ik zweven toen ik de gang van het station doorliep en terwijl ik op Jomps stond te wachten maakte ik een praatje met een aardige Gentenaar die op zijn taxi stond te wachten, en intussen getroffen werd door de liefde tussen twee fietsende studenten en die treffing met mij wilde delen. Dat vond ik erg aardig van die man, en ik vond het dan ook best jammer dat zijn taxi er voor Jomps was, anders hadden wij hem misschien ook wel kunnen treffen met onze onstuimige begroeting. Na die onstuimige begroeting gingen we meteen richting binnenstad, om iets te eten te gaan zoeken. Soep gaan halen in de souplounge, om op te eten op de Graslei. Als ik het tegen dan nog niet door zou gehad hebben: het werd een dagje vol Alle Dingen Die Wij Leuk Vinden.

Soep op, tijd om door al die lieve, schattige straatjes van Gent te dwalen. En élke keer zie ik dingen die ik nog nooit eerder zag. Op een keer ga ik al die schatten die mij keer op keer weer gidsen eens samen gooien, en een ultiem Gent-plan maken. We kwamen langs een winkel met superoud speelgoed en kaartjes van pin-ups en lunchboxen met Wonder Woman op, maar gelukkig was hij dicht. Op een maandag daar verzeild geraken is garantie op water en brood voor de rest van de week, en ik heb nog wel andere plannen dan Paris Hiltonsgewijs mijn vakantie in de gevangenis door te brengen. Volgende stop: de tweedehandswinkel. Ik weet niet hoe hij het doet, maar Jomps hoeft maar iets aan te wijzen en aan te trekken, en hij past erin. Dat lukt mij niet. Hij, bijvoorbeeld, vond een broek die hem, eerlijk objectief de waarheid, écht knap stond, net alsof die voor hem was gemaakt zelfs. En hij vond een jas met slippen, die ook nog eens op die broek paste. En die hem als gegoten zat. Ik, daarentegen, vond niks. En als Jomps iets voor mij vond moest hij mij er na twee seconden proberen uit te wringen. Conclusie: in de jaren zeventig was iedereen dun. Ik ben dat in de jaren tweeduizendenzeven absoluut niet. Naast de tweedehandswinkel wilden we een poging doen om de naburig gelegen winkel leeg te kopen (er hing een bijzonder mooi t-shirt voor Jomps en een felgroen jurkje-voor-over-een-broek waar ik misschien wel in had willen passen) maar helaas: shoppen op maandag is goed voor de portemonnee.

Wat minder goed voor de portemonnee is, is het enorme aantal stripwinkels in Gent, gecombineerd met Jomps liefde voor strips (en de mijne, want het is overzettelijk). We zijn er drie binnengegaan, hebben er in twee iets gekocht, en toen zagen we er nog eentje maar vier vond ik een beetje van het goeie teveel. En toen hadden we dorst, en las Jomps mijn gedachten.

Mijn gedachten zeiden: chocoladebar, en daar gingen we dus naartoe. Chocolademelk voor Jomps, chocolademilkshake voor Sneeuwwitje, en een brownie om te delen. Waar is de tijd dat we tijdens de pauze tussen twee lessen snel om een bakje chocoladeijs konden lopen? Lang, làng vervlogen... Het gesprek tussen enkele vermoedelijk geschiedenis studerende studenten, over gruwelijke straffen in de middeleeuwen, deed ons toen onze koers toch verder zetten. Over het Sint-Pietersplein dat ik eigenlijk nog nooit helemaal leeg helemaal af had zien zijn (de vorige keren stond er eerst een foor en vervolgens een opera op), langs een krantenwinkeltje om water want de zon was beginnen schijnen en chocolade helpt niet tegen de dorst, en door de meest ongezellige straat van Gent, de Overpoort, al kan dat aan onze aversie voor zuipen tot je er op straat bij neervalt liggen. Wég van daar, op naar het Citadelpark.

Het is berucht, jawel, maar ze hebben er een tof plekje om kunstjes te leren. Na vijf minuten in het gras uit te rusten, haalde Jomps zijn kiwido's en zijn poi tevoorschijn, om trucjes mee te leren. Vorige keer dat hij mij een kiwido gaf, waren we hem bijna kwijt aangezien ik het een slim plan vond om hem omhoog te gooien net onder een boom, waar hij dan natuurlijk bleef hangen en geen van ons twee meer bij kon. Dit keer besloot ik wijselijk vanonder de bomen vandaan te komen, en niet te gooien. Met de kiwido's raakte ik nog wel een poosje slaags en in de knoop met de staartlinten, maar uiteindelijk kan ik nu wel een trucje. Goed, 't is eigenlijk iets heel simpel, maar wegens mijn totaal gebrek aan coördinatie heeft het mij denk ik een volledig jaar van mijn leven gekost. Van de poi kan ik alleen maar zeggen dat ze pijn doen als je ermee op je zelf klopt. Dat is dan ook niet de bedoeling.

Het werd weer een beetje later, en Jomps stelde voor om de bus naar zijn appartement te nemen. Goed idee. Onderweg liepen we even in de supermarkt binnen om avondeten in te slaan. Bij Jomps aangekomen wilden we film kijken, maar eerst maakten we nog kennis met een buurtje, die even internet nodig had. Intussen liet het Sprokenmeisje weten dat ze met haar examen afgerekend had, en dus legde Jomps haar en Engeltje de weg naar zijn heiligdom uit. Aangezien ze per se te voet wilden, konden Jomps en ik nog een groot stuk Frankenstein zien.

En toen ging het allemaal heel snel. Sprokenmeisje en Engeltje kwamen aan, ik kreeg late verjaardagscadeautjes (maar ik moet niet zeuren, Sprokenmeisje verjaart voor mij en haar cadeautje is nog steeds niet klaar, ik begin geloof ik een beetje op het Lief Heersbeest te lijken), ik waste af terwijl Jomps aan het eten begon, we aten en zaten elkaar wat te jennen, de drie meisjes wasten af, Jomps' vriendje kwam thuis, we lazen per twee een strip en we namen afscheid. Sprokenmeisje en Engeltje zetten mij op de trein naar huis, en daar ging ik weer...

Het was intussen tien uur gepasseerd, het begon minder licht te worden buiten en op de velden hing een laagje mist. Ik had mij in het treinzeteltje genesteld, de muziek van mijn mp3-tje deed melancholisch (al haat ik dat woord, ik kan geen beter vinden voor het ogenblik). Soms heb je zo van die dagen die nooit voorbij mogen gaan. Gelukkig zijn er zo massa's. Toch is het op het moment zelf altijd net alsof alleen het hier en nu bestaat, en weet je dat er nooit een einde aan mag komen. Meestal heb ik die momenten op de trein. Zoals in de coca cola reclame. "Suddenly it hit me, it was the best night of my life. And I wish we could all stay on that train forever." Ik wil àltijd voor altijd op de trein blijven...

21:05 Gepost door Sneeuwwitje | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.