16-01-09

Nonnie in België: Antwerpen

 

Een paar maanden geleden heb ik een weekendje bij Nonnie in Amsterdam doorgebracht. We spraken meteen af dat zij in de kerstperiode een paar dagen bij mij zou komen. En eindelijk was het zover. Tussen kerst en Nieuwjaar nam mijn Nederlandse vriendin de trein en zou om één uur in Antwerpen Centraal aankomen. Samson – die ontmoet moest worden – en ik vertrokken al vroeg door de bittere kou die in België over het land was gestreken, op weg naar Antwerpen. Precies op tijd reed de trein het station binnen. Dat wij op dat ogenblik op een ander perron stonden per ongeluk, kon de pret niet drukken. Nog voor het juiste perron helemaal leeggelopen was, hadden we Nonnie gevonden, en konden we elkaar eindelijk weer eens een dikke knuffel geven.

 

Omdat we in Amsterdam zo’n spannende avonturen hadden beleefd, had ik besloten een supervol programma in België op te stellen. De eerste dag zouden we Antwerpen verkennen, de volgende dag Gent en de laatste dag Brugge. Ergens werd er wel een aanpassing gemaakt, zodat Brugge en Gent omgewisseld werden – dat kwam handiger uit. Maar eerst vlogen we er dus meteen in, met een dagje Antwerpen waarvoor ik uren in een gids had zitten studeren om een perfecte rondleiding te maken. Maar eerst moest er nog een hapje gegeten worden en de bagage in een kluisje worden gestopt. Dat tweede ging niet van een leien dakje, want ofwel waren de kluisjes vol ofwel buiten dienst. Geen enkele vrije kluis… We besloten dus eerst iets te eten, en daarna opnieuw te proberen. Gelukkig hadden we toen wel succes, en konden we toen eindelijk aan onze tocht beginnen.

 

Alles begon natuurlijk in het Centraal station, wat eigenlijk een heel mooi gebouw is als je de tijd hebt om het te bekijken. Heel veel verschillende stijlen ook, en – dat had ik intussen over mijn eigen land geleerd – dat blijkt dus een constante te zijn in België. In elk gebouw dat je hier bezoekt kan je wel verschillende bouwstijlen herkennen, vooral omdat het dikwijls eeuwen heeft geduurd voordat ze af waren. Of omdat ze gaandeweg nogal eens werden platgebombardeerd en weer moesten worden opgebouwd. Toen we uit het station kwamen, passeerden we de Zoo, waar we eventjes in het kleine publieke gedeelte een kijkje namen. Binnenkort zou dat publieke gedeelte groter moeten worden, heb ik ergens gelezen. We liepen een blokje om het station en liepen langs de Diamantwijk, en toen trokken we verder over de Keyzerlei en de Meir naar de Wapper. Op weg naar de beroemdste inwoner van Antwerpen: Peter Paul Rubens.

 

Tegenwoordig hebben ze in België een fantastische uitvinding gedaan: jongeren onder de 19 jaar mogen gratis in de meeste musea binnen, wie jonger is dan 26 betaalt slechts een euro. Geweldig initiatief, want zo bleven de kosten in onze portemonnee beperkt en konden we toch heel veel zien. Omdat het buiten zo koud was, kochten we dus graag een kaartje voor het Rubenshuis. Ik was er ooit al een keer geweest met school, maar veel kon ik me er niet meer van herinneren. Maar ik vind het altijd fijn om in echte huizen rond te lopen, waar nog een beetje van de sfeer van vroeger hangt. Ook de binnentuin en de binnenplaats waar we doorheen liepen was nog steeds mooi om te zien. Intussen werden er natuurlijk ook grapjes gemaakt over de gelijkenis tussen Rubens’ Neptunus en de kerstman. We hadden niet voor niets Samson bij ons…

 

Na ons bezoek aan het Rubenshuis, wandelden we verder over de Meir, richting Boerentoren. Na een tussenstopje aan de geldautomaten liepen we over de kerstmarkt op de Groenplaats – waar we bij elk Oostenrijks kraampje aan onze Oostenrijkse Griet moesten denken. De tocht ging verder via de Nationalestraat, angstvallig op mijn zelfgeschreven routebeschrijving lettend. Dit stukje Antwerpen kende ik het minst goed, en het gevaar om verloren te lopen was hier het grootst. Maar de straten waren ons goed gezind, en zonder zelfs maar even te moeten twijfelen kwamen we bij het museum Plantin-Moretus aan. Net op tijd, want we hadden het weer heel erg koud gekregen. Gelukkig is het museum, gewijd aan de boekdrukkunst en het leven van de eerste Belgische drukker (die overigens eigenlijk van geboorte een Fransman was) enorm groot en konden we er lekker lang doorheen lopen. Voor mij waren de bibliotheken iets om mij voortdurend aan te vergapen, Nonnie had het meer op de computers met oude cartografie begrepen.

 

Toen we weer buitenkwamen, was het beginnen schemeren. Het zou gauw echt donker worden, en tijd om te eten. En dus besloot ik in een haastje te schieten. De ghostwalk die we de week voordien met de Oldies hadden gedaan, ratelde ik in sneltreintempo en in omgekeerde volgorde af (de kathedraal en de waterput, het Vlaeyengangxken, het Steen en de Bloedberg met het Vleeshuis), aangevuld met nog een paar must-sees zoals het Stadhuis en de Grote Markt, en de Suikerrui. Het sneltreintempo ging zelfs nog sneller dan verwacht, en dus konden we ook sneller naar het restaurantje waar ik besloten had te eten. Helaas ging ons geluk toen op. Mijn favoriete Antwerpse eetplekje – de Lunchbox – was gesloten. Omdat we niet zo gauw een voor-iedereen-gewild alternatief vonden, besloten we maar naar de McDonalds te gaan. Voor één keertje mocht dat wel eens… en we namen ons voor de volgende dagen netjes te eten.

 

Na het eten haalden we Nonnies bagage weer op, en namen we de tram en de bus huiswaarts. Samson sprong meteen op zijn fiets naar huis, wij meiden bleven achter in de woonkamer waar Koningin Mamie warme chocolademelk voor ons klaar had. Er werd nog een beetje gebabbeld, we keken nog eens met nostalgie naar de ‘Easy Now’ film waarna er ook nog moest nagepraat worden, en toen kropen we in bed. Morgen stond er weer een drukke dag op ons te wachten, dus… een goeie nachtrust kon vast geen kwaad!

13:19 Gepost door Sneeuwwitje | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.