18-01-09

Nonnie in België: Gent

 

De volgende dag namen we weer dezelfde trein, maar dit keer moesten we minder ver. Bestemming vandaag: mijn favoriete stad, Gent. In het station moesten we eerst weer op zoek naar een bagagekluisje, omdat Nonnie immers die avond meteen via Antwerpen weer naar Amsterdam vertrok. Hier was het gelukkig geen probleem een werkend, leeg kastje te vinden. We namen de tram naar de binnenstad, wandelden nog even verder tot we aan het beginpunt van mijn rondleiding waren. Het Gerard de Duivelsteen. Even verderop kwamen we dan aan de Sint-Baafskathedraal, waar we een Gekke Gentenaar tegenkwamen die een praatje met ons maakte. Zoals Jompie zegt: “Gekke Gentenaars, je moet ze in je hart dragen.” Nonnie keek bewonderend naar alle oude gebouwen die hier bij elkaar gepropt lijken te zijn. Dat is in Nederland niet, want alles wat ooit oud was is tijdens de oorlog platgebombardeerd. Daar zijn ze hier ook goed in, maar Belgen hebben de neiging om hun patrimonium wél altijd weer op te bouwen, de laatste eeuwen zelfs in de oorspronkelijke stijl. We besloten binnenin Sint-Baafs te gaan kijken, en nu moest Nonnie wel toegeven dat de glas-in-loodramen en de inrichting hier nog honderd keer mooier was dan in het kleine Begijnenkerkje in Brugge.

Na ons kerkbezoek staken we de kerstmarkt op het Sint-Baafsplein over, waar nog niet al te veel bedrijvigheid heerste. De meeste kraampjes waren nog pottoe, sommige vroege vogels – als die term al toegepast kon worden, het was bijna middag – begonnen met het opstellen. We liepen even onder de kelder van het Belfort, zagen het stadhuis en de Lakenhalle, en toen staken we de straat over om via de Sint-Nicolaaskerk over de Korenmarkt te lopen. We wilden eerst iets gaan eten, voordat we onze rondleiding verder zetten. Die rondleiding ging trouwens veel te snel, dat had ik al gemerkt. Eigenlijk had ik willen beginnen aan het Sint-Pietersplein, zodat we daar naar de chocoladebar konden gaan, maar die was niet open. Dus had ik dat stukje gewoon geskipt. Gelukkig was de Soup Lounge wel open, en genoten we daar van een lekker warme dikke soep, voor heel weinig geld.

Terug opgewarmd – het was nu ook weer niet zó koud, Gent heeft altijd een veel beter klimaat dan de rest van het land om een of andere reden – trokken we verder. Door het Patershol, over de Graslei, de Sint-Michielsbrug (de perfecte plek om een foto te maken van de Drie Torens van Gent) en zo naar de Sint-Michielskathedraal. Die was helaas niet open voor publiek in deze tijd van het jaar. We wandelden dan maar een beetje terug. Mijn rondleiding zat er eigenlijk op – pas achteraf schoot mij te binnen dat ik de Vrijdagmarkt met het standbeeld van Artevelde was vergeten – en dus stelde ik voor om naar het museum van de Sint-Pietersabdij te gaan en daarna iets te gaan drinken. Nonnie vond dat een goed plan, en dus kwamen we toch nog langs de plekjes die ik eerst had willen laten zien: de Vooruit, de Boekentoren en de Sint-Pietersabdij.

Ik heb deze drie dagen met Nonnie heel wat over mijn eigen land bijgeleerd, maar de grootste ontdekking deed in in de Sint-Pietersabdij. De dame aan de balie vroeg welke rondleiding we wilden: de tijdelijke tentoonstelling, gewoon vrij rondlopen of de rondleiding met videogids aan de hand van een verhaal. Dat kostte iets meer dan zes euro, maar zou anderhalf uur duren. Anderhalf uur in de warmte, dachten Nonnie en ik tegelijk: we doen het! En dat was de beste zet die we ooit hadden gedaan. We hebben meer dan anderhalf uur door de abdij gezworven, aan de hand van het verhaaltje over de spokende monnik Alison, die het geheim van de dood van zijn vriend wil oplossen. Overal hebben we gezeten: de kelders, de kamers van de monniken, een stukje van de tijdelijke tentoonstelling, de tuinen, de zolder,… noem maar op. En telkens weer wilden we verder, want telkens weer werden we meer nieuwsgierig gemaakt naar wat er nu eigenlijk gebeurd was. We zijn zelfs via een zij-trapje tot helemaal in de Sint-Pieterskerk gekund, boven bij het orgel en in de klokkentoren. Fantastisch uitzicht, de geschiedenis helemaal in een leuk verhaal gegoten: we waren er wég van.

Het was het beste einde van de Gent-trip die ik mij had kunnen indenken. Toen we onze rugzakken weer hadden en we nog even naar het toilet waren geweest, trokken we terug naar het station en namen we de trein naar Antwerpen. Mijn roommaatje had laten weten dat er iets was tussengekomen, dus het bleef een etentje met ons twee. Gelukkig was het pastarestaurant op de Groenplaats open, en was er voor een keer eens genoeg plaats voor ons! We aten ons propvol aan pasta en dessert, en toen trokken we een beetje vroeger terug naar het station. Nonnie besloot de vroegere trein naar Amsterdam te nemen, dan zou ze ook vroeger thuis zijn. Wat een geluk dat we dat hadden gedaan! De trein bleek bijna een half uur vertraging te hebben, en de volgende – die ze eigenlijk had willen nemen – werd zelfs afgeschaft. Ik bleef gezellig met haar op het perron wachten, en we hielpen nu en dan een toerist die er allemaal niet meer aan uit kon. Waarom schrijven ze zo’n dingen niet ook in het Engels op, in een internationaal station! Uiteindelijk kon Nonnie op de trein, en nadat ik haar had uitgezwaaid vertrok ik ook om mijn bus te nemen. Had ik even geluk, hij kwam vroeger dan ik voorzien had en kon hem dus nog op het nippertje halen! Nonnie had minder geluk, want ze stuurde een berichtje dat ze ook nog eens stilstonden omwille van technische problemen. Gelukkig was er entertainment op de trein… Uiteindelijk is ze toch thuisgeraakt op het uur dat ze oorspronkelijk thuis zou zijn, met de latere trein. Wat een gedoe… maar ook, wat een weekend! Dit moeten wel de beste drie dagen tussen kerst en Nieuwjaar ooit zijn geweest!

10:15 Gepost door Sneeuwwitje | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.