20-01-09

Sneeuwwitje kookt over (en andere zaterdagse bezigheden)

 

Er stond een dagje met de Oldies op het programma, en dat was ook het enige wat al echt vaststond op het moment dat ik uit mijn bed kroop. Ik heb een beetje meer structuur nodig dan dat, en dus was ik niet in mijn meest stressloze doen. In de hoop die stemming te doen omslaan, zette ik mijn computer aan. Helaas werd ik daar niets wijzer door, en dus besloot ik maar eens naar Zussie te bellen. Die wist gelukkig raad, en zo kwam er toch iets van structuur in mijn zaterdag. Dat wil natuurlijk nog niet zeggen, dat alles toen zonder stress kon verlopen. In tegendeel.

 

De eerste zaterdagse bezigheid, was tegen een rotvaart naar de GB rijden, daar zo snel ik kon ene hoop ingrediënten voor een avondmaaltijd bij elkaar zoeken en hopen dat ik niets vergat. Ik sjeesde terug naar huis, waar ik nog vijf minuten de tijd had om mijn rugzak te herschikken, mijn zak vol wereldwinkelchips kon grijpen en van jas kon verwisselen voordat ik op weg naar de bushalte ging. Ik haalde de bus stijlvol op tijd, en kwam ook precies op het verwachte moment aan op de afspraak met Samson. Hij was daar echter stijlvol te vroeg geweest, met als gevolg dat de arme jongen half vervroren naast mij liep, op weg naar de gitaarles.

 

Na de gitaarles trokken we in gezelschap van de fiets, de gitaar en overladen rugzakken naar ons favoriete broodjeshuis om twee smossen Abraham. Die namen we gezellig mee naar 007, om ze daar op te eten in gezelschap van onze vriendjes. 007 was er uiteraard, en ook Zussie en de Pretty Nurse waren al gearriveerd. Die laatste had niet zoveel tijd meer, want haar dienst zou over een half uur beginnen. Wij waren er verrassend vroeg, we hadden gedacht langer over onze eerdere bezigheden gedaan te hebben. De tijd die we hadden ingehaald, verdeden we dan maar mooi met het traag eten van onze smos. En toen was het tijd voor afscheid van de Pretty Nurse, en verhuisden de overgebleven vriendjes naar de living voor een spelletje.

 

Dat was namelijk het opzet van de middag. Spelletjes spelen. Dat doen grote kinderen namelijk soms nog wel eens graag. Zeker als ze tijdens de eindejaarsperiode veel nieuwe spelletjes hebben gekregen. Het eerste spelletje werd mijn FBI-spel. Dat is er zo eentje dat je best gewoon begint te spelen, en dan praat degene die het kent de anderen er gewoon door. Zo leer je het een beetje. Toen we net bijna klaar waren, kwam Kaat Piraat aangevaren. Zij had nog een stapel spelletjes bij zich. We speelden ons spelletje uit en Samson bleek de winnaar. Er werden drankjes en chips bijgevuld, Kaat Piraat zocht een plekje en we begonnen aan het volgende spel: Pirates of the Carribean. Omdat het maar met z’n vieren kan gespeeld worden, speelden Samson en ik als één team. Natuurlijk verloren we glansrijk. Het was ook een lekker moeilijk spel, maar wel bijzonder leuk. Kaat Piraat moest al lang weer vertrokken zijn, maar we wilden het zo graag uitspelen! Het was uiteindelijk toch zij die erin slaagde te winnen, na een verbeten strijd met 007, en toen kon de doos worden opgeruimd. We namen weer afscheid, en zochten een nieuw spelletje uit.

 

Net voor het einde van het Piratenspel was de deurbel weer gegaan, en was het Rietzwijn aangekomen. Hij nam maar wat graag de plek van Kaat Piraat in om het nieuwe spelletje te gaan spelen. Het was er immers eentje van hem en Zussie: Rupsenrace. 007 werd de winnaar van wat een behoorlijk kort spel bleek te zijn. Maar waarschijnlijk moeten we de strategieën om elkaar dwars te zitten nog wat beter leren… Ik had beloofd die avond te koken, en ik had mijn structuur klaargezet op ‘beginnen koken om zes uur’. Dus na het rupsenspel was er nog even tijd om een ander spelletje te beginnen. Dat werd Wollie Bollie van 007, een schaapjesspel dat vreselijk lang duurde om uit te leggen. Ik gaf het al snel op, keek naar de klok en kwam er van onder uit door naar de keuken te huppelen.

 

Terwijl mijn vriendjes met schapen aan het bingospelen waren of zoiets – ik heb geen idee wie er uiteindelijk gewonnen heeft en of het spel zelfs uitgespeeld is geraakt – was ik in de weer met het snijden van groentjes (een paar keer in mijn vingers) en het bakken van gehakt (dat lag uiteindelijk overal verspreid). Tortilla’s werden opgewarmd, mijn vulling werd lekker gekruid, en uiteindelijk was ik klaar. “Aan tafel!” Met z’n allen dekten we snel de tafel, en kon er aangevallen worden. Gelukkig was iedereen enthousiast over het resultaat. We bleven nog een poosje gezellig zitten, totdat we weer plek hadden voor een dessertje van 007: Apfelstrüdel. Daarna was het tijd voor Samson om door de ijzige kou terug naar huis te fietsen.

 

Wij besloten dat het tijd was voor nog een spelletje: Macchiavelli (zowel van 007 als van Zussie en het Rietzwijn). Lekker moeilijk, maar ik geloof dat ik na een tijdje spelen een soort van strategie heb begrepen. Laat dat goed nieuws voor Jompie zijn! Al won ik niet – ik heb geen enkel spelletje gewonnen, zelfs, en mijn humeur is er niet slechter door geworden – maar was het 007 die de overwinning in de wacht sleepte. Na het spelletje kwam de Pretty Nurse nog even terug aanwaaien – ze kreeg nog een tortilla als laatavondsnackje – en deden we nog een laatste spelletje. Het Pinguin Party spel van de familie Rietzwijn, dat we intussen al vrij goed kennen en waar we steeds pogingen doen om elkaar te boycotten. Niet dat dat altijd even goed gaat, natuurlijk. Het was uiteindelijk Zussie die won. Inmiddels was het al tegen middernacht geworden, en besloten we er vandoor te gaan. Zussie en het Rietzwijn stopten mij in hun auto en dropten mij thuis af, onderweg naar hun eigen huisje. Het was weer eens een leuke dag, we kijken allemaal al weer uit naar de volgende!

 

10:45 Gepost door Sneeuwwitje | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

19-01-09

Van Oud naar Nieuw met Sneeuwwitje

 

“He,” zei Calimero in de zomer. “Wat zou je er van denken als we met oudejaar eens naar het Partyconcert van Clouseau gaan?” Mijn op dat moment kersverse vriendje keek vertwijfeld. “Ik heb veel voor je over, maar dat… gaat een beetje te ver.” Ik ben niet het soort vriendinnetje dat hier een scène over maakt. Ik ben het soort vriendinnetje dat zegt: “Ik verwacht ook niet dat je meewil, Schattie, maar ik ga gewoon wel.” Zo gezegd, zo gedaan. Het kwam allemaal dichter en dichter, we bestelden kaarten – zitplaatsen, want als je uren in een sportpaleis doorbrengt en daar sowieso veel geld voor moet betalen, betaal je liever nog een klein beetje meer voor de luxe van een stoeltje waar je op kan gaan zitten als je het swingen even moe bent – en regelden vervoer. En toen was het zover, na een heleboel geplaag van andere, niet-Clouseau-achtig aangelegde vriendjes, was het oudejaarsavond.

 

Bij ons thuis wordt er doorgaans wat aangemodderd met eten. Hapje hier, drankje daar, nog een hapje. Tot we genoeg hebben. Ik trok mijn party-outfit aan en wachtte tot Kaat Piraat mij kwam ophalen. Samen reden we naar Calimero thuis, waar ook de Pastoor al was. Calimero’s ouders brachten ons viertjes naar Antwerpen, we namen de propvolle partytram naar het Sportpaleis en zochten onze plekjes op. De Piraat en de Pastoor haalden onze gratis blikjes champagne op, en toen kon het feest beginnen.

 

Het duurde niet lang voordat er gewisseld werd van plaatsen, want overal waren nog lege vlekjes, die snel ingenomen werden door andere, meer naar achter gezeten mensen. Wij bleven nog een poosje in ons hoekje, maar verhuisden uiteindelijk ook een beetje meer naar het midden. Wel zat er nog steeds niemand achter ons, waardoor we alle ruimte hadden om op te springen en gek te doen. En te dansen, want daar dient zo’n partyconcert natuurlijk voor. We schreeuwden keihard mee met élk bekend nummer – en dat waren er heel wat – en we amuseerden ons rot. Ineens werd er afgeteld, en stonden we versteld dat het al zo laat was. Nog twee uur later zat het concert erop, ook veel sneller dan verwacht. Time flies, weet je wel. We besloten nog een kwartiertje van de fuif met Regi te genieten – hoewel, mijn stijl helemaal niet, dus ik nam mijn toevlucht tot nieuwjaarsberichtjes sturen – voordat we er vandoor gingen en de tram haalden. Een goeie zet, zo bleek, want er was nog geen grote stormloop naar buiten en we hadden genoeg plek in de tram.

 

Nadeel was dat we een half uur te vroeg bij de bushalte waren. Dus gingen we nog iets drinken in het café aan de overkant. Het was er lekker warm en best gezellig voor een café vol oude Linkeroeveraars. Precies op tijd trokken we terug naar de bushalte, waar we gelukkig niet te lang meer in de kou hoefden te staan en op de bus konden. De busrit was overigens nog een heel avontuur, want we werden voortdurend geëntertaind door dronken groepjes jongens. Toen de eersten afstapten, werden ze vervangen door andere, en zo ging het maar door. Tegen de tijd dat we in Sint-Niklaas waren, hadden we allemaal de slappe lach. Vooral Calimero vond dat goed, want de slappe lach maakt je goed wakker. Ze had zich eerst een beetje zorgen gemaakt omdat ze erg moe was, en ons het laatste stukje nog naar huis zou voeren met haar pas verworven rijbewijs. Maar van die vermoeidheid was na de lachsalvo’s geen sprake meer. Misschien moeten we de jongensgroepjes maar elke keer inhuren, als er iemand wakker moet kunnen blijven…

 

Om half vijf rolde ik uiteindelijk in mijn bed, gelukkig mocht ik een tikje langer uitslapen dan anders. De nieuwjaarsbezoeken zouden toch pas vanaf de namiddag doorgaan. Al zal je sowieso zien dat er toch nog dingen in het honderd lopen, maar dat waren zorgen voor de volgende dag. Het enige wat nu telde, was slapen, slapen, slapen…

10:45 Gepost door Sneeuwwitje | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-01-09

Nonnie in België: Gent

 

De volgende dag namen we weer dezelfde trein, maar dit keer moesten we minder ver. Bestemming vandaag: mijn favoriete stad, Gent. In het station moesten we eerst weer op zoek naar een bagagekluisje, omdat Nonnie immers die avond meteen via Antwerpen weer naar Amsterdam vertrok. Hier was het gelukkig geen probleem een werkend, leeg kastje te vinden. We namen de tram naar de binnenstad, wandelden nog even verder tot we aan het beginpunt van mijn rondleiding waren. Het Gerard de Duivelsteen. Even verderop kwamen we dan aan de Sint-Baafskathedraal, waar we een Gekke Gentenaar tegenkwamen die een praatje met ons maakte. Zoals Jompie zegt: “Gekke Gentenaars, je moet ze in je hart dragen.” Nonnie keek bewonderend naar alle oude gebouwen die hier bij elkaar gepropt lijken te zijn. Dat is in Nederland niet, want alles wat ooit oud was is tijdens de oorlog platgebombardeerd. Daar zijn ze hier ook goed in, maar Belgen hebben de neiging om hun patrimonium wél altijd weer op te bouwen, de laatste eeuwen zelfs in de oorspronkelijke stijl. We besloten binnenin Sint-Baafs te gaan kijken, en nu moest Nonnie wel toegeven dat de glas-in-loodramen en de inrichting hier nog honderd keer mooier was dan in het kleine Begijnenkerkje in Brugge.

Na ons kerkbezoek staken we de kerstmarkt op het Sint-Baafsplein over, waar nog niet al te veel bedrijvigheid heerste. De meeste kraampjes waren nog pottoe, sommige vroege vogels – als die term al toegepast kon worden, het was bijna middag – begonnen met het opstellen. We liepen even onder de kelder van het Belfort, zagen het stadhuis en de Lakenhalle, en toen staken we de straat over om via de Sint-Nicolaaskerk over de Korenmarkt te lopen. We wilden eerst iets gaan eten, voordat we onze rondleiding verder zetten. Die rondleiding ging trouwens veel te snel, dat had ik al gemerkt. Eigenlijk had ik willen beginnen aan het Sint-Pietersplein, zodat we daar naar de chocoladebar konden gaan, maar die was niet open. Dus had ik dat stukje gewoon geskipt. Gelukkig was de Soup Lounge wel open, en genoten we daar van een lekker warme dikke soep, voor heel weinig geld.

Terug opgewarmd – het was nu ook weer niet zó koud, Gent heeft altijd een veel beter klimaat dan de rest van het land om een of andere reden – trokken we verder. Door het Patershol, over de Graslei, de Sint-Michielsbrug (de perfecte plek om een foto te maken van de Drie Torens van Gent) en zo naar de Sint-Michielskathedraal. Die was helaas niet open voor publiek in deze tijd van het jaar. We wandelden dan maar een beetje terug. Mijn rondleiding zat er eigenlijk op – pas achteraf schoot mij te binnen dat ik de Vrijdagmarkt met het standbeeld van Artevelde was vergeten – en dus stelde ik voor om naar het museum van de Sint-Pietersabdij te gaan en daarna iets te gaan drinken. Nonnie vond dat een goed plan, en dus kwamen we toch nog langs de plekjes die ik eerst had willen laten zien: de Vooruit, de Boekentoren en de Sint-Pietersabdij.

Ik heb deze drie dagen met Nonnie heel wat over mijn eigen land bijgeleerd, maar de grootste ontdekking deed in in de Sint-Pietersabdij. De dame aan de balie vroeg welke rondleiding we wilden: de tijdelijke tentoonstelling, gewoon vrij rondlopen of de rondleiding met videogids aan de hand van een verhaal. Dat kostte iets meer dan zes euro, maar zou anderhalf uur duren. Anderhalf uur in de warmte, dachten Nonnie en ik tegelijk: we doen het! En dat was de beste zet die we ooit hadden gedaan. We hebben meer dan anderhalf uur door de abdij gezworven, aan de hand van het verhaaltje over de spokende monnik Alison, die het geheim van de dood van zijn vriend wil oplossen. Overal hebben we gezeten: de kelders, de kamers van de monniken, een stukje van de tijdelijke tentoonstelling, de tuinen, de zolder,… noem maar op. En telkens weer wilden we verder, want telkens weer werden we meer nieuwsgierig gemaakt naar wat er nu eigenlijk gebeurd was. We zijn zelfs via een zij-trapje tot helemaal in de Sint-Pieterskerk gekund, boven bij het orgel en in de klokkentoren. Fantastisch uitzicht, de geschiedenis helemaal in een leuk verhaal gegoten: we waren er wég van.

Het was het beste einde van de Gent-trip die ik mij had kunnen indenken. Toen we onze rugzakken weer hadden en we nog even naar het toilet waren geweest, trokken we terug naar het station en namen we de trein naar Antwerpen. Mijn roommaatje had laten weten dat er iets was tussengekomen, dus het bleef een etentje met ons twee. Gelukkig was het pastarestaurant op de Groenplaats open, en was er voor een keer eens genoeg plaats voor ons! We aten ons propvol aan pasta en dessert, en toen trokken we een beetje vroeger terug naar het station. Nonnie besloot de vroegere trein naar Amsterdam te nemen, dan zou ze ook vroeger thuis zijn. Wat een geluk dat we dat hadden gedaan! De trein bleek bijna een half uur vertraging te hebben, en de volgende – die ze eigenlijk had willen nemen – werd zelfs afgeschaft. Ik bleef gezellig met haar op het perron wachten, en we hielpen nu en dan een toerist die er allemaal niet meer aan uit kon. Waarom schrijven ze zo’n dingen niet ook in het Engels op, in een internationaal station! Uiteindelijk kon Nonnie op de trein, en nadat ik haar had uitgezwaaid vertrok ik ook om mijn bus te nemen. Had ik even geluk, hij kwam vroeger dan ik voorzien had en kon hem dus nog op het nippertje halen! Nonnie had minder geluk, want ze stuurde een berichtje dat ze ook nog eens stilstonden omwille van technische problemen. Gelukkig was er entertainment op de trein… Uiteindelijk is ze toch thuisgeraakt op het uur dat ze oorspronkelijk thuis zou zijn, met de latere trein. Wat een gedoe… maar ook, wat een weekend! Dit moeten wel de beste drie dagen tussen kerst en Nieuwjaar ooit zijn geweest!

10:15 Gepost door Sneeuwwitje | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

17-01-09

Nonnie in België: Brugge

 

De volgende dag was het nog kouder dan eerst. Keizerin Mamie en Einstein drukten ons op het hart om zeker genoeg in de warmte binnen te vertoeven, en om terug te keren als we het te koud hadden. Die raad indachtig stapten we op de trein richting Brugge. Het was lekker druk, en toen we uitstapten merkten we meteen hoe verschrikkelijk koud het was. Op het stationsplein stonden rijen mensen aan te schuiven om bij het ijssculpturenfestival naar binnen te kunnen, maar daarvoor waren wij hier niet. Wij zouden het authentieke Brugge aandoen. En dus wandelden we door het Minnewaterpark de stad in.

 

Het Minnewaterpark is één van mijn favoriete Brugse plekjes. Ik vind het er altijd erg mooi. Nu was het nog een tikje meer bijzonder, want al het water was dik bevroren. De eenden, ganzen en zwanen schoven over het ijs. We wandelden er even rond en maakten foto’s, en toen besloten we het Begijnhof te gaan bezoeken. Erg bijzonder, terwijl eerder op het plein en in de stad nog zoveel lawaai was geweest, stapten we toen we de poort door waren een oase van rust binnen. Er waren nog meer bezoekers, en die praatten natuurlijk wel tegen elkaar, maar je hoorde niemand roepen, geen geluid van auto’s buiten de muren, niets. Het museum ging net dicht toen wij er kwamen, maar dat was niet zo’n probleem. We wandelden langs de huisjes, doken het winkeltje binnen (lekker warm) en bekeken de kerk. Nonnie vond de glas-in-loodramen geweldig. Ik vroeg me al af wat ze van de andere kathedralen zou vinden, die we tijdens onze Vlaanderen Vakantielandtocht nog zouden tegenkomen.

 

Na het Begijnhof wandelden we verder door de stad. We wilden naar het Belfort en de Markt, maar we liepen een beetje verloren. Geen erg, zo kwamen we aan het Godshuis dat ik ooit met school eens had gezien, en dat ik daarna nooit meer teruggevonden had. Per ongeluk zie je dus de beste dingen. Daarna vonden we gelukkig wel de juiste weg. We besloten eerst iets te gaan eten, en deden dat in een broodjeszaak waar het lekker warm was. De smossen waren trouwens ook bijzonder lekker, net als de soep die ik erbij nam om op te warmen. We bleven er een beetje langer hangen dan we normaal zouden doen, omdat het zo koud was buiten. Maar uiteindelijk vertrokken we weer, op zoek naar nieuwe bezienswaardigheden. Grote kathedralen, en natuurlijk het Belfort. We wilden het eigenlijk gaan bezoeken, maar toen we de rij aanschuivers zagen, zakte de moed ons in de schoenen. Het leek Disneyland wel!

 

Terwijl Nonnie een paar Brugse kaartjes kocht, keek ik op de kaart om te zien wat er nog voor interessants te beleven viel. We wilden graag het Stadhuis wel eens zien, maar we hadden wat moeite om dat te vinden. Uiteindelijk slaagden we er toch in. Ook hier konden we trouwens voor een euro naar binnen. We wandelden dus doorheen de mooie zalen, en lazen op de bordjes over de politieke geschiedenis van Brugge. Bovendien waren er ook kaarten, die de opbouw van de stad lieten zien. Ik vind het altijd erg fascinerend om de groei van zo’n middeleeuws dorpje tot een grote wereldstad te kunnen zien. Tegelijk met ons toegangsticket van het stadhuis, konden we ook in de Brugse Vrije binnen, het gebouw ernaast, waar het archief zich bevindt en de mooie zaal waar het Schepencollege vergadert. Met een audiogids gingen we zitten, en luisterden naar de uitleg over schouwen, wanden en schilderijen, die allemaal een stukje Brugse geschiedenis droegen.

 

En toen kwamen we weer buiten en viel de kou ons keihard aan. We besloten dat we het niet langer zagen zitten om nog heen en weer te blijven lopen in deze kou, dus ik belde even naar Mamie om onze terugkomst aan te kondigen. Het duurde uiteindelijk toch nog een hele poos voor we thuisgeraakten, want eerst maakten we nog een tussenstopje bij een kraampje voor een Belgische wafel, en eentje bij een chocoladewinkel voor echte Belgische ‘Manons’. En dankzij de kou waren er ook heel wat treinproblemen, dus moesten we een hele poos wachten op die van ons. Die zat ook nog eens propvol, gelukkig konden we een plekje bemachtigen. Omdat we ook nog eens op de bus zouden moeten wachten, was Einstein zo vriendelijk ons te komen ophalen. Zo kwamen we toch nog op een beschaafd uur thuis, en konden we al snel aanvallen op de pizza’s die in de oven waren geschoven. Van ons voornemen om netjes te eten kwam dus alweer niets in huis, maar dat zou de volgende dag écht anders zijn, want dan hadden we na een dagje Gent afgesproken in Antwerpen met mijn Roommaatje.

 

Na het eten vonden we Monster bereid om een spelletje met ons te spelen. We hebben er een paar uur over gedaan voordat er eindelijk een winnaar bekend was, en dus doken we nadat we alles weer opgeborgen hadden snel in bed. Een hele dag in de kou lopen, je wordt er behoorlijk moe van!

 

10:00 Gepost door Sneeuwwitje | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-01-09

Nonnie in België: Antwerpen

 

Een paar maanden geleden heb ik een weekendje bij Nonnie in Amsterdam doorgebracht. We spraken meteen af dat zij in de kerstperiode een paar dagen bij mij zou komen. En eindelijk was het zover. Tussen kerst en Nieuwjaar nam mijn Nederlandse vriendin de trein en zou om één uur in Antwerpen Centraal aankomen. Samson – die ontmoet moest worden – en ik vertrokken al vroeg door de bittere kou die in België over het land was gestreken, op weg naar Antwerpen. Precies op tijd reed de trein het station binnen. Dat wij op dat ogenblik op een ander perron stonden per ongeluk, kon de pret niet drukken. Nog voor het juiste perron helemaal leeggelopen was, hadden we Nonnie gevonden, en konden we elkaar eindelijk weer eens een dikke knuffel geven.

 

Omdat we in Amsterdam zo’n spannende avonturen hadden beleefd, had ik besloten een supervol programma in België op te stellen. De eerste dag zouden we Antwerpen verkennen, de volgende dag Gent en de laatste dag Brugge. Ergens werd er wel een aanpassing gemaakt, zodat Brugge en Gent omgewisseld werden – dat kwam handiger uit. Maar eerst vlogen we er dus meteen in, met een dagje Antwerpen waarvoor ik uren in een gids had zitten studeren om een perfecte rondleiding te maken. Maar eerst moest er nog een hapje gegeten worden en de bagage in een kluisje worden gestopt. Dat tweede ging niet van een leien dakje, want ofwel waren de kluisjes vol ofwel buiten dienst. Geen enkele vrije kluis… We besloten dus eerst iets te eten, en daarna opnieuw te proberen. Gelukkig hadden we toen wel succes, en konden we toen eindelijk aan onze tocht beginnen.

 

Alles begon natuurlijk in het Centraal station, wat eigenlijk een heel mooi gebouw is als je de tijd hebt om het te bekijken. Heel veel verschillende stijlen ook, en – dat had ik intussen over mijn eigen land geleerd – dat blijkt dus een constante te zijn in België. In elk gebouw dat je hier bezoekt kan je wel verschillende bouwstijlen herkennen, vooral omdat het dikwijls eeuwen heeft geduurd voordat ze af waren. Of omdat ze gaandeweg nogal eens werden platgebombardeerd en weer moesten worden opgebouwd. Toen we uit het station kwamen, passeerden we de Zoo, waar we eventjes in het kleine publieke gedeelte een kijkje namen. Binnenkort zou dat publieke gedeelte groter moeten worden, heb ik ergens gelezen. We liepen een blokje om het station en liepen langs de Diamantwijk, en toen trokken we verder over de Keyzerlei en de Meir naar de Wapper. Op weg naar de beroemdste inwoner van Antwerpen: Peter Paul Rubens.

 

Tegenwoordig hebben ze in België een fantastische uitvinding gedaan: jongeren onder de 19 jaar mogen gratis in de meeste musea binnen, wie jonger is dan 26 betaalt slechts een euro. Geweldig initiatief, want zo bleven de kosten in onze portemonnee beperkt en konden we toch heel veel zien. Omdat het buiten zo koud was, kochten we dus graag een kaartje voor het Rubenshuis. Ik was er ooit al een keer geweest met school, maar veel kon ik me er niet meer van herinneren. Maar ik vind het altijd fijn om in echte huizen rond te lopen, waar nog een beetje van de sfeer van vroeger hangt. Ook de binnentuin en de binnenplaats waar we doorheen liepen was nog steeds mooi om te zien. Intussen werden er natuurlijk ook grapjes gemaakt over de gelijkenis tussen Rubens’ Neptunus en de kerstman. We hadden niet voor niets Samson bij ons…

 

Na ons bezoek aan het Rubenshuis, wandelden we verder over de Meir, richting Boerentoren. Na een tussenstopje aan de geldautomaten liepen we over de kerstmarkt op de Groenplaats – waar we bij elk Oostenrijks kraampje aan onze Oostenrijkse Griet moesten denken. De tocht ging verder via de Nationalestraat, angstvallig op mijn zelfgeschreven routebeschrijving lettend. Dit stukje Antwerpen kende ik het minst goed, en het gevaar om verloren te lopen was hier het grootst. Maar de straten waren ons goed gezind, en zonder zelfs maar even te moeten twijfelen kwamen we bij het museum Plantin-Moretus aan. Net op tijd, want we hadden het weer heel erg koud gekregen. Gelukkig is het museum, gewijd aan de boekdrukkunst en het leven van de eerste Belgische drukker (die overigens eigenlijk van geboorte een Fransman was) enorm groot en konden we er lekker lang doorheen lopen. Voor mij waren de bibliotheken iets om mij voortdurend aan te vergapen, Nonnie had het meer op de computers met oude cartografie begrepen.

 

Toen we weer buitenkwamen, was het beginnen schemeren. Het zou gauw echt donker worden, en tijd om te eten. En dus besloot ik in een haastje te schieten. De ghostwalk die we de week voordien met de Oldies hadden gedaan, ratelde ik in sneltreintempo en in omgekeerde volgorde af (de kathedraal en de waterput, het Vlaeyengangxken, het Steen en de Bloedberg met het Vleeshuis), aangevuld met nog een paar must-sees zoals het Stadhuis en de Grote Markt, en de Suikerrui. Het sneltreintempo ging zelfs nog sneller dan verwacht, en dus konden we ook sneller naar het restaurantje waar ik besloten had te eten. Helaas ging ons geluk toen op. Mijn favoriete Antwerpse eetplekje – de Lunchbox – was gesloten. Omdat we niet zo gauw een voor-iedereen-gewild alternatief vonden, besloten we maar naar de McDonalds te gaan. Voor één keertje mocht dat wel eens… en we namen ons voor de volgende dagen netjes te eten.

 

Na het eten haalden we Nonnies bagage weer op, en namen we de tram en de bus huiswaarts. Samson sprong meteen op zijn fiets naar huis, wij meiden bleven achter in de woonkamer waar Koningin Mamie warme chocolademelk voor ons klaar had. Er werd nog een beetje gebabbeld, we keken nog eens met nostalgie naar de ‘Easy Now’ film waarna er ook nog moest nagepraat worden, en toen kropen we in bed. Morgen stond er weer een drukke dag op ons te wachten, dus… een goeie nachtrust kon vast geen kwaad!

13:19 Gepost door Sneeuwwitje | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |